groen en natuur: bossen: Gerstjens

Gerstjens 

Inleiding

De Gerstjens vormen een groene zone langs de rechteroever van de Dender, in het oosten begrensd door de Brusselse Steenweg. Twaalf hectare zijn stadseigendom, een veertigtal hectare is privé-domein.
Het publiektoegankelijk gedeelte bevat het stadseigendom en een deel van ongeveer 4 ha dat eigendom is van nv Intercom en dat dankzij de goodwill van de eigenaar is opengesteld voor de wandelaars.
De historiek, het scherpe contrast tussen totaal verschillende vegetatietypes op een kleine oppervlakte en de daaruit voortvloeiende biologische rijkdom, het gedeeltelijke parklandschap en de grachten, kasteelwallen en waterpartijen maken van het gebied een trekpleister voor de wandelaar.

Historiek

De Gerstjens zijn ontwikkeld in de alluviale vlakte van de Dender. Rond de herkomst van de naam "Gerstjens" is er weinig zekerheid. Vermoedelijk is het een eigennaam, genoemd naar de bezitter; ofwel is het afgeleid van "ger, gere" wat "een spits toelopend stuk land" betekent ofwel van "gersto" wat  verwijst naar een "omsloten ruimte".
Oorspronkelijk was het gebied een elzenbroek dat bij hoog waterpeil van de Dender onder water liep.
Het kasteel Overhamme dateerde uit de twaalfde eeuw. Het kasteel met wallen, ophaalbrug en vijvers kende tal van eigenaars.
Het kasteel Ronsevaal werd op het einde van de vorige eeuw gebouwd in eclectische stijl.
Zo kreeg het landschap geleidelijk aan het uitzicht van een kasteeldomein met parkaanleg, weiden en een groot gedeelte boomgaard.

Voor het draineren van de grond werden grachten gegraven.
In 1935 verdween de oude boomgaard grotendeels. Hij werd vervangen door een aanplanting van Canadapopulieren. Er werd een vijver gegraven van ongeveer 1000 m² met een diepte van ongeveer 2 meter. De percelen met de Canadapopulieren en de vijver werden stadseigendom in 1976.
In 1945 werd het kasteel Overhamme gesloopt omdat de restauratiekosten te hoog opliepen. De vijvers werden gedeeltelijk gedempt. De bijgebouwen bleven bewaard.
Op een terrein van ongeveer 6 ha, palend aan de Dender, werd van 1954 tot 1958 vliegas, afkomstig van de elektriciteitscentrale, opgespoten. Ongeveer 3 hectaren werden nadien bedekt met teelaarde en geïntegreerd bij het kasteeldomein Overhamme. De overige oppervlakte, eigendom van de elektriciteitscentrale, bleef bekend als het zogenaamde "asveld". Hierop ontwikkelde zich een spontane bosvegetatie.

Gerstjens

Het stadseigendom

De bodem bestaat er uit zandleem en klei als Denderalluvium.

Typisch voor deze laaggelegen gronden is de aanplanting van populierenbossen die het oorspronkelijke elzenbroek vervangen. Een patroon van lineaire grachten doorkruist het gebied. De struiklaag van de populierenaanplanting bestaat hoofdzakelijk uit els en vlier. Het geheel heeft het karakter van een regelmatige botige boomaanplanting. De monocultuur van populieren draagt bij tot de verspreiding van de brandnetel. Deze stikstofminner komt echter wel van nature in een elzenbroek voor. De kruidlaag is er op het eerste zicht vrij arm. Dit komt omdat de grote brandnetel vooral in de zomermaanden de andere plantengroei maskeert en er grote aaneengesloten zoden kan vormen. Tussen de netelvelden vindt men, afhankelijk van het seizoen, speenkruid, klimopereprijs, bosveldkers, hondsdraf, peterselievlier, fluitekruid, gewone smeerwortel, bosandoorn en gewone hennepnetel. Maar ook zeldzamer soorten zoals egelboterbloem en gele dovenetel zijn er van de partij.

Enkele wilgen, abelen en esdoorns vormen er plaatselijk een meer gemengd bosje.
Gespreid over een ruime termijn worden de Canadapopulieren in fasen vervangen door gemengd inheems loofhout, wat de ecologische waarde van het gebied opmerkelijk zal verhogen. Zo werden in 1986 al 386 populieren gerooid en vervangen door streekeigen bomen en struiken die groepsgewijs per soort werden aangeplant. Schietwilg, abeel, esdoorn, es, trilpopulier, linde en zomereik zijn voorzien in de boomlaag en grauwe wilg, Gelderse roos, sporkehout, haagbeuk, kornoelje, kardinaalmuts, hazelaar en lijsterbes in de struiklaag. In deze jonge aanplanting wordt aanvankelijk gemaaid om het plantgoed vrij te stellen. De spontane natuurlijke selectie zal later aangevuld worden door weloverwogen dunningen teneinde een volwassen gemengd loofbos te laten ontwikkelen met een natuurlijk uitzicht en een gevarieerde kruid-, struik- en boomlaag. Aan de rand van deze jonge aanplanting werd de gracht plaatselijk verbreed tot een paar moerasjes waar waterminnende planten zoals moesdistel, wolfspoot en kattestaart zich hebben gevestigd.

De vijver en omgeving, met een mooi uitzicht op de achterzijde van het kasteel Ronsevaal, vormen een idyllisch plekje, in contrast met de eenvormige populierenaanplanting. Een paar piramidevormige moerascipressen en metasequoia’s, enkele treurwilgen en een vleugelnootboom zijn overblijfselen van het vroegere parkdomein.
De oorspronkelijke vijver is thans grotendeels verzand. Hij heeft een onstabiel waterpeil en komt tijdens de zomer gedeeltelijk droog. De oeverbegroeiing is kleurig en afwisselend. Men vindt er grote waterweegbree, moerasspirea, rietgras, watermunt, moerasvergeet-mij-nietje en liesgras.

In het aanpalende grasland groeit de gewone koekoeksbloem. Een geregeld maaibeheer met afvoer van het maaisel zal hier op termijn de bodem verschralen en de soortenrijkdom verhogen.

De boomgaard langs de Dender, restant van de grote fruittuin van weleer, blijft als boomgaard gerespecteerd. Afstervende en verdwenen fruitbomen worden vervangen door notelaar en hoogstammige variëteiten van appelaar, pruimenboom en perelaar.
Het stadseigendom wordt grotendeels omringd door een meidoornhaag.

Het asveld van NV Intercom

In de periode van 1954 tot 1958 werd vliegas, afkomstig van de elektriciteitscentrale, gemengd met water via buizen over de Dender gespoten binnen 3 daartoe aangelegde ringdijken. Het water werd, na bezinking van de as, weggezogen. Het resulteerde in 3 asvelden die van elkaar gescheiden zijn door grachten en dijkrestanten. De stortplaats werd nadien niet afgedekt met teelaarde.
Vliegas bevat hoofdzakelijk silicium- en aluminiumoxiden en in mindere mate calcium-, kalium- en natriumoxiden naast een aantal sporenelementen. Deze samenstelling en de korrelstructuur maken er een voedselarme bodem van, ook al is er relatief weinig uitloging door het basisch karakter van de vliegas.
Pas aangelegde vliegasstorten worden slechts schraal begroeid door enkele mos- en grassoorten. Na een paar jaar is er voldoende humusvorming om een gevarieerde natuurlijke begroeiing te herbergen. Op dergelijke voedselarme terreinen vestigen zich spontaan pionierbomen die windbloeiers zijn zoals berk en wilg.
Onder invloed van het gestorte vliegas is dus een gedeelte van de typisch alluviale vegetatie langs de Dender verdwenen.

Nu, meer dan 30 jaar later, is de begroeiing nog steeds sterk evolutief. De boomlaag bevat hoofdzakelijk schietwilg, boswilg en berk, maar ook els, esdoorn en eik. Plaatselijk vindt men een perceel dat vol geplant werd met lijsterbes. De kruidlaag heeft mettertijd grote wijzigingen ondergaan doordat de boshumus stelselmatig aangerijkt is door de toenemende begroeiing. Zo moet het wilgenroosje, dat typisch was voor de schrale bodem, geleidelijk aan plaats ruimen voor ruigtekruiden zoals brandnetel, braam en koninginnekruid. Men vindt er minder opvallende soorten zoals kleine bosaardbei, muskuskruid en gewone salomonszegel evenals zeldzame soorten zoals het gevlekt longkruid. Deze evolutie van voedselarme bodem naar minder voedselarme bodem bepaalt de veranderende begroeiing op het asveld.

Tussen de aangelegde dijken vindt men langs de grachten een oudere begroeiing van vooral esdoorn en wilg. Langsheen de wal van het domein Overhamme geven de lijnvormige aanplantingen van beuk en Amerikaanse eik een statige indruk.

Fauna

In de losse bodemstructuur van het asveld vinden konijnen een geliefkoosd graafterrein. De vijver en de paar moerasjes herbergen waterinsecten zoals libellen en amfibieën waaronder groene en bruine kikker kleine watersalamander en vinpootsalamander. Een greep uit de talrijke broedvogels: zwartkop, roodborst, winterkoning, boomkruiper en ... wielewaal. Als toevallige bezoeker kan men er de blauwe reiger ontmoeten.

Bestemming

Volgens het gewestplan liggen de Gerstjens in een parkzone.
Bij de aankoop werd het gebied bestemd als openbare groene ruimte voor passieve recreatie.
Jaarlijks wordt een beheersplan opgemaakt door een beheerscommissie. De planning van de werken gebeurt door de dienst Leefmilieu. Ze worden in de praktijk omgezet door de dienst Uitvoering sectie Groen.

Accommodatie

De Gerstjens zijn bereikbaar via de Gerstenbaan te Aalst, een zijweg van de Brusselse Steenweg, via de Gerstenstraat te Erembodegem en langs het jaagpad aan de Dender.
Er is ruime parkeergelegenheid aan het Gerstenhof in de Gerstenstraat.
Het grote wandelparcours is 2,5 km lang (ongeveer 45 min. wandelen) en is aangeduid met gele paaltjes.
In de boomgaard is een picknicktafel voorzien.



 laatst gewijzigd op donderdag 25 september 2008

Dit artikel is afgedrukt op donderdag 9 september 2010.
Het rechtstreekse adres van dit artikel is http://www.aalst.be/Default.asp?printpage=1&siteid=1&rubriekid=882&artikelid=1392.
Dit artikel maakt onderdeel uit van de stad Aalst website(s): http://www.aalst.be.