home-pagina
Grote Markt 3 9300 Aalst   
info@aalst.be   
053 73 23 23    
foto Thuis in de stad





Tekst onleesbaar?



contacteer de stad Aalst

toerisme: Aalstenaars op het voorplan: Priester Adolf Daens

Priester Adolf Daens 

Geboren in 1839 als zoon van een leidekker en winkelier, die naast Adolf nog twee zonen (Augustus en Pieter) en drie dochters (Marie-Francisca, Leonie en Paulina) had. Zijn broer Augutus werd priester voor Adolf. Zijn jongere broer Pieter was drukker-uitgever. Priester Daens kreeg zijn opvoeding aan het Aalsterse Jezuïetencollege, waar hij primus perpetuus was.

In 1859 trad hij te Drongen binnen in het noviciaat van de jezuïeten, waar hij vrij spoedig het ambt van adjutor-professor kreeg toegewezen. Tussen 1862 en 1871 was hij gedurende vijf schooljaren leraar aan jezuïetencolleges van Antwerpen, Bergen en Turnhout en gedurende drie academiejaren student filosofie en theologie in Leuven. Moeilijkheden met zijn oversten leidden ertoe dat hij in 1871 ontslagen werd uit de jezuïetenorde, zeer waarschijnlijk na spanningen omtrent de opgelegde discipline. Daens verzette zich vruchteloos tegen zijn uitsluiting, maar bereikte anderzijds wel dat hij nog tijdens datzelfde jaar werd toegelaten tot het grootseminarie van Gent, waar hij in 1873 tot priester werd gewijd. Intussen bleven nieuwe pogingen om aanvaard te worden bij de jezuïeten zonder resultaat.

Na zijn priesterwijding werd hij retoricaleraar aan het Onze-Lieve-Vrouwcollege van Oudenaarde (1873), onderpastoor in Sint-Niklaas (1876) en Kruishoutem (1878), retoricaleraar aan het Heilige Maagdcollege in Dendermonde (1879 – 1888). Maar nergens voelde hij zich lange tijd thuis. Toen in april 1893 in Okegem de Christene volkspartij werd gesticht, vroeg zijn broer Pieter hem om het programma op te stellen. Priester Daens werd morele leider en het boegbeeld van de nieuwe partij; volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Aalst van eind 1894 tot 1898 en voor het arrondissement Brussel van 1902 tot 1906.
Maar tegelijk kwam hij in conflict met de conservatieven, de officiële Katholieke partij (Charles Woeste en Leo de Bethune), en als priester met de hogere geestelijkheid en met het Vaticaan. Ook koning Leopold II ageerde achter de schermen tegen hem.

Familie Pieter Daens

De aanhangers, sympathisanten en volgelingen van de Christene Volkspartij werden voor ‘daensisten’ uitgescholden. Begin december 1898 werd hij door de Gentse bisschop Antoine Stillemans gesuspendeerd (geschorst). Mee als reactie op die verguizing werd hij op het kerstcongres van 1898 in Antwerpen verkozen tot voorzitter van de Vlaamsch-Christene Volkspartij, een ‘daensistische’ partij die zich tot heel Vlaanderen richtte.

Hij zette zich in voor de belangen van de boeren, kleine middenstanders, dorpsintellectuelen en arbeiders; voor de werklieden in de steenbakkerijen van de Rupelstreek en in het Pajottenland, voor de ‘fransmans’ in Oost- en West-Vlaanderen en voor de hopboeren in het Pajottenland.
Hij werd erevoorzitter van een christen-democratische steenbakkervakbond in Brussel (1895) en in Boom (1897) en voorzitter van de Brusselse arrondissementsbond (1900)

Postzegel Daens   Standbeeld Daens

In het parlement klaagde hij de sociale wantoestanden aan en pleitte hij voor politieke en economische hervormingen. Hij bestreed het systeem van de loting en verzette zich tegen de overname van Kongo door België. Hij wilde een gelijke subsidiëring voor gelijke prestaties in het officieel en het vrij onderwijs. Hij was één van de eerste volksvertegenwoordigers die Nederlands sprak in de Kamer en hij diende in november 1905 het eerste wetsvoorstel in voor de vernederlandsing van de Gentse universiteit.

Priester Daens

In de daensistische beweging vertegenwoordigde hij de gematigde strekking (daensisme), die steeds bereid was tot een compromis met de Bewarende Vereeniging (Katholieke partij). Maar hij wilde geen toegevingen doen op fundamentele kwesties, en een eervol compromis werd mettertijd erg moeilijk door de tegenkanting en vervolging van conservatieve zijde. Voor de realisatie van rechtvaardige sociale verzuchtingen wilde hij meewerken met socialisten en liberalen, en hij nam financiële steun aan van liberalen. Maar op het ideologisch vlak distantieerde hij zich duidelijk van hen.

Na 1900 raakte hij in zijn partij steeds meer geïsoleerd. Daens had door de onverminderde hetze tegen zijn persoon vele aanhangers verloren, en hij had zich gecompromitteerd toen hij in oktober 1899 deelnam aan de gemeenteraadsverkiezingen in Aalst op een lijst met socialisten en liberalen. In 1906 werd hij niet meer herkozen als volksvertegenwoordiger en zat hij financieel aan de grond. Op 14 juni 1907 stierf hij.

Op 13 september 1908 werd in Aalst een grafmonument voor priester Adolf Daens en een bronzen borstbeeld onthuld. In september 1957 werd op de Werf in Aalst een standbeeld voor hem onthuld, een werk van de Aalsterse beeldhouwer Marc De Bruyn.

Grafsteen Priester Daens   

 


 naar hoofdartikel dit artikel afdrukken

 laatst gewijzigd op woensdag 3 september 2008

© 2010 stad Aalst