home-pagina
Grote Markt 3 9300 Aalst   
info@aalst.be   
053 73 23 23    
foto Thuis in de stad





Tekst onleesbaar?



contacteer de stad Aalst

toerisme: Aalstenaars op het voorplan: Dirk Martens

Dirk Martens 

Dirk Martens wordt algemeen beschouwd als de invoerder van de boekdrukkunst in de Zuidelijke Nederlanden.

Hij werd rond 1446 geboren uit een aanzienlijke en welgestelde Aalsterse poortersfamilie. Na de basisopleiding bij de Wilhelmieten te Aalst, trok hij naar Venetië. Hier vervolmaakte hij zich bij een oudere landgenoot, de leraar, musicus, humanist en drukker Gerardus de Lisa, die in het Venetiaanse huwde en er bleef werken.

In 1473 stichtte Martens een atelier te Aalst waar drie werken werden gepubliceerd, de oudste gedateerde Zuidnederlandse drukken. Eén ervan is de roman ’Over de twee geliefden’ van Aeneas Silvius Piccolomini, de latere paus Pius II.

Drukpers

Na een kortstondige vennootschap met Johan van Westfalen, verdwijnt elk spoor van Martens tot 1486. Wel vinden we in Spanje een Teodorico Aleman, gespecialiseerd in boekenimport, die steeds met Martens wordt geïdentificeerd.

Van 1486 tot 1492 specialiseerde hij zich in een tweede Aalsterse atelier, in brevierdruk, een genre dat hoge technische eisen stelt. Van 1492 tot 1529 spreidde hij zijn activiteiten uit over ateliers te Antwerpen en te Leuven. In 1529 trok Martens zich voorgoed terug uit de zaken en vond een verdiende rust in het convent der paters Wilhelmieten op 28 mei 1534 en liet vier kinderen na: Petrus, Suzanna, Bernarda en Barbara.

Laatstgenoemde huwde met Servaes van Sassen van Diest, die het drukkers- en uitgeversbedrijf van Martens in 1529 overnam.

De betekenis van Martens ligt minder in het feit dat hij de eerste drukker is geweest bij ons, dan wel in zijn belang voor de evolutie van het culturele leven als één der wegbereiders van het humanisme in de Nederlanden. Hij brengt niet alleen een nieuwe techniek, het weten dat hij in Venetië opdeed is ook een levenskunst, een humanisme en zijn betekenis voor de doorbraak daarvan is even belangrijk als die van de technicus. Hij is het die, na voorafgaande experimenten gespreid over 25 jaar, in 1516 de eerste volledig Griekse tekst drukte, die in onze streken verscheen.

Drukpers

Van zijn persen verscheen in hetzelfde jaar de eerste uitgave van één der belangrijkste monumenten van de wereldliteratuur, de Utopia van Thomas More. In de geest van Plato’s Politeia beschrijft de latere kanselier van Engeland hierin een denkbeeldige staat met ideale sociale toestanden. Martens verzorgde in 1521 een volledige Homerosuitgave, voor zijn tijd een prestatie van eerste orde. Hij zorgde voor een Hebreeuws woordenboek en herwerkte een klassiek Latijn-Nederlands woordenboek. Hij gaf Colombus’ relaas uit van de ontdekking van de Nieuwe Wereld en geschriften van zoveel gekende humanisten. Bovenal maakte hij zich verdienstelijk als uitgever van de jonge Erasmus. Levenslang zullen beiden intieme vrienden blijven en samenwerken voor de verspreiding van het humanisme.

Grafsteen Dirk Martens

In Antwerpen en Leuven werd Martens’ atelier tevens een centrum van cultureel leven, waar auteurs en correctoren verbleven, waar nieuws en teksten werden uitgewisseld, waar vooral een vriendenkring ontstond.

In Antwerpen werd aldus een traditie geschapen die van de nieuwe metropolis een Sinjorenstad maakte: Martens’ leerling Pieter Gillis of Aegidius, zijn stadsgenoot Cornelius De Schrijver of Grapheus en nadien een derde Aalstenaar Pieter Coecke waren niet alleen stadsambtenaren, maar tevens welsprekende getuigen van de renaissancistische bloei van de stad Antwerpen, die in brieven, redevoeringen en akten een humanistische stijl aanhield, die bij plechtige intochten grootse feesten organiseerde waarbij, volgens het oorspronkelijk renaissancistisch idee van de artiest als "Uomo Universale" in praalbogen en stoeten, in prenten en gedenkboeken, in verzen en spelen, als de kunsten, van het toneel tot de architectuur en de schilderkunst, van de muziek tot de drukkunst in een veelzijdig artistiek gebeuren samensmelten.

Dirk Martens postzegel

In Leuven ging zijn aandacht vooral naar het talenonderricht en de student. Hij streefde ernaar goedkope, handzame maar wetenschappelijk goed verantwoorde edities op de markt te brengen. Hij democratiseerde het boek, ijverde meteen voor een moderne methodiek in het onderricht en voor een functionele typografie. Hij zorgde er ook voor zichzelf een studentikoos imago te geven. Enerzijds als de idealistische ploeterende Vlaming die de academiebevolking het beste van het beste aanbiedt in bescheiden formaten en hierbij enkel aanspraak maakt op een eenvoudige boterham. Anderzijds als de gulle compagnon die serieus werkt maar een goed glas wijn niet versmaadt. Maar daarnaast is er ook de gelovige die ijverde voor een irenisch christendom dat een oog en een hart had voor al wat menselijk is.

Op de plaats waar Napoleon I de vrijheidsboom had geplant, werd op 6 juli 1856, in het bijzijn van de Hertogen van Brabant, het standbeeld van Dirk Martens onthuld.

Het beeld is van de hand van beeldhouwer Jean Geefs en werd bij Vittoz te Parijs in brons gegoten. De verkleuring van het brons geeft aan het beeld de specifieke Aalsterse naam van "De zwarte man".

Standbeeld Dirk Martens

Maar laten we "onzen Dirk" zelf aan het woord met een greep uit zijn ontboezemingen gericht tot de lezer die hij in sommige voor- en nawoorden van zijn uitgaven afdrukte.

"Al wat mij buiten mijn professionele aktiviteit aan vrije tijd overblijft, besteed ik gewoonlijk aan het bevorderen van de cultuur. Ziende hoe sommige leraren de schoonste jaren van de jeugd verdrinken in gecompliceerde en stijve grammaticaregels, heb ik me aan het uitgeven gezet van het Gespreksboekje - een geschikt werkje om zich de dagelijkse taalvaardigheid eigen te maken, van wie het dan ook moge wezen of uit welke auteur men het ook moge samengebracht hebben. Ik heb het op vele plaatsen gecorrigeerd en uitgebreid, zodat men niet moet menen dat in deze editie niets nieuws te vinden is. Door de stroeve grammaticaregels worden velen afgeschrikt van de studie der talen. En toch, zonder deze loopt alle andere wetenschapsbeoefening mank. De beste manier om een taal te leren is ze spreken. Welnu, ik bied u dit werkje aan en hoop, als er interesse voor bestaat, er nog betere te bezorgen".

"Want nergens is het meer aangewezen dan daar waar het om culturele waarden gaat, dat elk naar zijn eigen vermogen met zijn inbreng zou meewerken en (zoals dat vroeger bij de teerfeesten van de gilden het geval was) dat niemand zou aanzitten zonder zijn duit in het zakje te doen en dat wat men meegebracht heeft, gemeengoed wordt. En als er zijn die zelf niets inbrengen maar zich te goed achten voor wat de anderen aanbrachten en het alleen maar bespuwen en bekladden, die moet men maar bij de varkens laten aanzitten en niet bij de Muzen".

"De meeste drukkers dragen hun werk op, hetzij aan grote heren, hetzij aan hun beste vrienden. Voor mij die niets méér verlang dan de studies aan deze zo bloeiende universiteit, zoveel ik kan, nog te stimuleren, is het uitgemaakt dat ik al mijn publicaties opdraag aan u, de mij zo dierbare jeugd".

"Daar ik bij mezelf overlegde dat niet iedereen in staat is zich een zware boekband aan te schaffen en dat ook als men het kan, het onpraktisch is die overal mee te sleuren, heb ik getracht eveneens op dit punt de studenten tegemoet te komen".
"We hebben dit boek tot een pocket gereduceerd, opdat men het gemakkelijker zou kunnen meenemen en het als een onafscheidelijke gezel de studenten zal vergezellen, thuis, in de vrije tijd of op reis, als ze luieren of als ze wandelen gaan".

"Dirk Martens van Aalst, boekdrukker, aan zijn oprechte lezers, heil. Van hoe groot belang de boekdrukkunst is voor de bevordering van de wetenschapsbeoefening kan reeds het voorbeeld van die ene beroemde Aldus Manutius aantonen. Evenzo trachten ook wij naar vermogen om de Universiteit van Leuven, welke een  rijke bloei vertoont op elk gebied van studie en wetenschap, van dienst te zijn met onze drukkerij. Wij doen onze uiterste best er voor te zorgen dat uit deze werkplaats U boeken bereiken en U kennis en beschaving bij te brengen doch die bovendien zo min mogelijk fouten bevatten. Het is maar al te waar : zekere lieden die, overmatig belust op winst, ongecorrigeerde boeken uitgeven, bewijzen een dubbele ondienst : ten eerste aan de auteurs wier werken zij verzieken en aan een kwade roep helpers en ten tweede aan de lezer, wien zij in plaats van een boek een hersenfoltering aanpraten. Doch moge dit mijn pogen daarentegen met succes bekroond worden. Voor wat hoort wat. Mijn ijver om boeken te drukken zal extra gestimuleerd worden door de gretigheid waarmee U lieden ze koopt. En dat zal geschieden indien voor U de aantrekkelijkheid van een boek niet afhangt van zijn omvang, maar van zijn kwaliteit en van de zorgvuldigheid waarmee het gedrukt is. Vaart wel. Uit onze Leuvense werkplaats, in het jaar 1517".

"Dirk Martens van Aalst groet U, studenten, en geeft U zijn typografische zegen (salutem, et typographicam benedictionem). Hoewel ik geweldig opgelet heb bij de correctie, zo zelfs dat ik allebei m’n ogen gebruikt heb, en onder het werk zelfs ettelijke malen Bacchus ervoor verwaarloosd heb, was toch niet te vermijden dat enkele zetfouten mij ontgaan zijn. De verbeteringen daarvan volgen hier".

"Maar toch zullen geen moeilijkheden mij beletten te ijveren voor ’t nut van het algemeen, zolang de geest van de wijn deze mijne ledematen bestuurt. Nuchter of zat, ik zal volhouden en als het profijt van mijn arbeid mij niet gegund zal zijn, dan zal ik toch dit genoegen smaken dat ik gezorgd heb voor de studerende jeugd".

"En zie, terwijl wij naar hartelust praatten, was Dirk naar hartelust aan het drinken, en werkte intussen flink door, zonder daarbij echter zuinig te zijn met zijn verhalen. Hij sprak, of moet ik zeggen : brulde er tussen door in vrijwel alle talen : in het Duits, Frans, Italiaans en Latijn. Je zou zeggen dat een man uit het apostolisch tijdperk weer opgestaan was. Hij zou zelfs met een polyglot als Hieronymus kunnen wedijveren, zo niet in bevalligheid van spraak, dan toch in veelheid van talen" (Fragment uit een brief van Maarten van Dorp aan Erasmus, 14 juli 1518. Hierin spreekt Dorpius over "Theodorico nostro, Bacchi mystae" onze Dirk, geïnitieerde van Bacchus).

"Ook ik, al oud wordend, na heel mijn leven zo gezwoegd te hebben zo vergrijsd en gerimpeld, ik stel één ding boven alles : godsvrucht, goed wetend dat geen geleerdheid God behagen kan als die er niet bij komt. Zij tilt ons boven onze ruzies uit en stelt ons in staat met heel ons hart Christus te beminnen, de redder van de hele mensheid, en alle mensen als onze broeders".


 naar hoofdartikel dit artikel afdrukken

 laatst gewijzigd op dinsdag 25 september 2007

© 2010 stad Aalst