Aalst heeft momenteel 7 ereburgers:
- Alfred Kelders
- Louis Paul Boon
- Adolf Daens
- Valerius De Saedeleer
- Captain Bill Fairbairn
- Z.E.H. Kannunik Michaël Ghijs
- Oscar Van Malder
Alfred Kelders (1874 – 1956)
Alfred Kelders was een geboren organisator. Hij was o.a. medestichter van de kring ‘Caritas’, een culturele organisatie die tijdens de Eerste Wereldoorlog voor de noodlijdende bevolking revues, toneelvertoningen, concerten en omhalingen organiseerde. Hij was ook medeorganisator van de Beiaardfeesten van Aalst.
Organiseren zat hem in het bloed. Zo was hij de drijvende kracht achter verschillende evenementen: de Reclamestoet (1924), de Bloemenstoet (1929), de Eeuwfeesten (1930) en tal van andere evenementen.
Bovendien was hij meer dan 50 jaar werkzaam in het Koninklijk Letter- en Toneelkundig gezelschap ‘Voor Taal en Vrijheid’ en was hij voorzitter van de Dekenij der Kattestraat.
In 1902 stichtte hij de Middenstandsbond van Aalst en Omliggende. Deze groep gaf een maandblad uit genaamd ‘Burgerbelang’. Hierin maakte Kelders propaganda voor de middenstand.
Maar zijn grootste verdienste is de reorganisatie van de cavalcade in 1923. Onder zijn impuls trok toen de eerste Aalsterse cavalcade van de twintigste eeuw door de straten.
Kelders werd feestdirecteur van het feestcomité en zodoende was hij verantwoordelijk voor de organisatie van carnaval. Zo zorgde hij voor het ontstaan van een traditie.
D’Haese omschreef hem als een ‘duivel die ’t al doet en ’t al bereddert’. Een duidelijke verwijzing naar het enorme enthousiasme en de tomeloze inzet van Kelders.
In 1939 stelde toenmalig burgemeester Alfred Nichels voor om Kelders tot ereburger te maken wegens zijn verdiensten in het feestcomité. Dit voorstel werd echter verworpen. Elf jaar later werd het voorstel weer op de agenda van de gemeenteraad geplaatst en ditmaal keurde men het wel goed.
Op de gemeenteraad van 17 april 1950 werd Kelders het ereburgerschap toegekend.
Iedereen heeft enkel lof voor de ‘vader van carnaval’.
Louis Paul Boon (1912 – 1979)
Op 27 april 2004 werd Louis Paul Boon ereburger van Aalst. Hij kreeg het ereburgerschap toegekend omdat hij behoort tot de allergrootsten uit het Vlaamse literaire en journalistieke landschap en hij zowel nationale als internationale bekendheid verworven heeft. Boon heeft een uitgebreid, veelzijdig en bijna universeel oeuvre gerealiseerd (vertaald in 10 talen!).
In 1942 brak hij door met “De voorstad groeit”. Zijn vrouw, Jeanneke Boon, had het manuscript ingestuurd voor een prijs.
Zij speelde een belangrijke rol in zij carrière. Zij schreef hem niet alleen in voor de wedstrijd die de start van een grote carrière betekende, zij typte ook al zijn boeken netjes uit.
Na de oorlog was hij journalist voor het communistische blad “De Rode Vaan” en bij “Front”. Later werd hij redacteur bij de socialistische krant “Vooruit”.
In 1953 schreef hij zijn meesterwerk; de sociale dubbelroman: “De Kapellekensbaan”.
Via zijn romans heeft hij op een unieke manier de sociale strijd van de fabrieksstad Aalst in kaart gebracht.
“De Paradijsvogel” omschrijft de godsdienst als verdringer van de seksualiteit. De biografische roman “Pieter Daens” (1971) vormt een nieuw hoogtepunt.
Zijn werken “De Zwarte Hand” (1976) en “Het jaar 1901” handelen over het anarchisme in de omgeving van Aalst rond 1900.
Louis Paul Boon werd tweemaal genomineerd voor de Nobelprijs voor Literatuur (1972 en 1979). Tweemaal greep hij ernaast. In 1979 mist hij deze grote onderscheiding door zijn onverwacht overlijden.
Maar Boon had nog een artistiek talent: schilderen. Naast schrijver was hij ook een verdienstelijk schilder.
Meer info: http://www.lpboon.net
Zie ook verder op deze site
Adolf Daens (1837 – 1907)
De gemeenteraad van Aalst kende op 29 juni 2004 het ereburgerschap van Aalst toe aan priester Adolf Daens. Op die manier wil het deze grote man eren.
De naam Daens is synoniem geworden voor sociale strijd, het opkomen voor de belangen van de gewone man en het compromisloos politiek strijden hiervoor.
Hij was een man van het volk die opkwam voor het gewone volk. Telkens opnieuw trachtte hij vanuit zijn positie (priester, politicus of helper) de belangen van de verdrukten te verdedigen.
Adolf Daens trad in 1859 toe tot de Jezuïetenorde te Drongen, die hij in 1871 verliet.
Hij werd in het Groot Seminarie in Gent tot priester gewijd in het jaar 1873.
Priester Adolf Daens is vooral bekend als het boegbeeld van het daensisme. Van eind 1894 tot 1898 was hij volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Aalst en van 1902 tot 1906 voor het arrondissement Brussel voor de Christelijke Volkspartij.
Door de radicale standpunten van de partij kreeg Daens veel tegenkanting van de Katholieke Partij, de hogere geestelijkheid, het Vaticaan en het Koninklijk Paleis.
Hij zette zich in voor de belangen van “de kleine man”: sociale wantoestanden werden aangeklaagd in het parlement en hij pleitte voor politieke en economische hervormingen.
Daens gooide hoge ogen doordat hij één van de eersten was die Nederlands sprak in de Kamer en door het wetsvoorstel voor de vernederlandsing van de Rijksuniversiteit in Gent, dat hij indiende in 1905.
Door een lastercampagne tegen zijn figuur werd hij in 1906 niet meer herverkozen als volksvertegenwoordiger. Hij overleed een jaar later.
Louis Paul Boon schreef een boek over hem: “Pieter Daens”; een biografie over Adolf Daens, verteld door zijn broer Pieter.
In 1992 kwam de film “Daens” uit, van regisseur Stijn Coninx met Jan Decleir in de hoofdrol. De film, gebaseerd op het boek van Boon, was een hit in heel Vlaanderen.
Zie ook verder op deze site
Valerius De Saedeleer (1867 - 1941)
Kunstschilder Valerius De Saedeleer werd in 1933 uitgeroepen tot ereburger van de stad Aalst.
Tegen de wil van zijn vader volgt hij lessen aan de Academie voor Beeldende Kunsten te Gent. Hier komt hij onder de invloed van Franz Courtens.
Koppig als hij is onttrekt hij zich aan zijn vaders wil en gaat zwerven van streek tot streek.
Als hij 37 jaar is, vestigt hij zich in Sint-Martens-Latem. Aldaar maakt hij kennis met kunstenaars van de eerste Latemse school: Albijn van de Abeele, George Minne, Gustaaf en Karel van de Woestijne en Albert Servaes.
De Saedeleer ontwikkelt zich tot een uitmuntend landschapschilder. Zijn verfijnde stijl draagt kenmerken van de Vlaamse Primitieven. Zijn schilderijen worden gekenmerkt door een met uiterste zorg gecomponeerde en gebouwde opzet.
Artistiek gezien, kent De Saedeleer zijn beste tijd tussen 1904 en 1914. Pareltjes van zijn hand zijn o.a. “Winter in Vlaanderen” en “Boomgaard”.
Tijdens de oorlog wijkt hij uit naar Groot-Brittannië, maar vestigt zich in 1921 opnieuw in Vlaanderen, te Etikhove. Geïnspireerd door het glooiende landschap en onder invloed van Breughel de Oude, verscheidene landschappen.
Nog tijdens zijn leven, in 1933, wordt hij uitgeroepen tot ereburger van Aalst.
Voor een kunstenaar van niveau, die wereldberoemde werken heeft gepenseeld, was deze onderscheiding zeker terecht.
Valerius De Saedeleer sterft in 1941 op 74-jarige leeftijd te Leupegem. Zijn laatste wens, begraven te worden in zijn geboortestad Aalst, werd ingewilligd.
Ter ere van deze kunstenaar werd voor het stadsarchief een standbeeld opgericht.
Zie ook verder op deze site

Captain Bill Fairbairn (1908 - ?)
William Thomas Fairbairn is de eerste geallieerde officier die met het stadsbestuur bij de bevrijding officieel in betrekking is gekomen.
Op de gemeenteraad van 17 april 1945, net na de oorlog, werd hem het ereburgerschap van Aalst verleend.
Captain Bill Fairbairn, geboren op 13 juli 1908 in Paraguay, is baccalaureaat in de kunstgeschiedenis aan de universiteit van Cambridge (Trinity College).
Hij was ook kapitein van het Hampshire regiment, 5de bataljon.
Hij voegde zich bij het Belgisch leger in Groot-Brittannië op 18 mei 1942 en was sindsdien bestendig bij de Belgen gedetacheerd.
Hij was eveneens de verbindingsofficier voor de geallieerde legers bij de Belgische brigade, die bij Cabourg ontscheepte.
Z.E.H. Kanunnik Michaël Ghijs (1933-2008)
Z.E.H. Kanunnik Michaël Ghijs werd geboren te Gent op 8 oktober 1933. Meer dan 45 jaar was hij koorleider van schola cantorum Cantate Domino van het Sint-Maartensinstituut in Aalst.
Op 26 januari 2004 besliste de gemeenteraad hem het ereburgerschap van Aalst toe te kennen wegens zijn talrijke verdiensten. Z.E.H. Kanunnik Ghijs verwierf wereldwijde faam met zijn koor dat nationale en internationale uitstraling had.
Samen met het koor reisde hij de wereld rond. Het beroemde koor gaf al voorstellingen in vele grote Europese steden zoals Parijs, Barcelona,…maar ook in de VS, Israël, Egypte, India, Rusland,…
Het schola cantorum Cantate Domino is uitgegroeid tot één van de betere knapenkoren in Europa. Tijdens de periode 1994 tot en met 1997 werden Z.E.H. Ghijs en het koor door de Vlaamse regering uitgeroepen tot cultureel ambassadeur van Vlaanderen.
Bovendien werd het koor gelauwerd als cultureel ambassadeur van Europa wegens zijn dagelijkse culturele missie.
Het koor is reeds meerdere malen te gast geweest in het Vaticaan en in audiëntie ontvangen door paus Johannes Paulus II.
Z.E.H. Kanunnik Ghijs stichtte het koor in 1960. Onder zijn leiding is het uitgegroeid tot één van de betere koren in Europa en draagt het bovendien bij aan een positief imago van Aalst. Laten we ook niet vergeten dat hij hiervoor geen financiële vergoeding ontving.
Op 21 februari 2008 verloor Z.E.H. Kanunnik Ghijs, op 74-jarige leeftijd, het oneerlijke gevecht tegen kanker.
Oscar Van Malder (1927 - )
Oscar Van Malder is ereburger van de stad sinds 27 november 2007. Als leraar lichamelijke opvoeding richtte hij in 1957 de Koninklijke Kunstgroep Alkuone op. De vereniging is een ambassadeur voor onze stad, die al optredens verzorgde in alle hoeken van de wereld. Eén van de hoogtepunten van Alkuone (Grieks voor ijsvogel) was de openingsceremonie van de Olympische Winterspelen in het Franse Albertville, in 1992. Momenteel is Oscar Van Malder erevoorzitter van de kunstgroep.