| Geschiedenis | Aalst wordt voor de eerste maal vernoemd in de rond 870 opgestelde polyptiek van de abdij van Lobbes. In deze polyptiek wordt een beschrijving gegeven van de landgoederen die in het bezit zijn van de abdij. Onder deze landgoederen bevond zich de ‘villa Alost’. Dit oude landgoed kan vermoedelijk worden gelokaliseerd op de plaats waar tegenwoordig het Oud Hospitaal staat, op de linkeroever van de Dender.
In de 11e eeuw nam de landbouwproductie in Aalst toe, groeide de bevolking aan en kreeg het handelsleven een nieuwe impuls. Het resultaat was dat men op zoek ging naar nieuwe woonplaatsen. Daarvoor kwam de naaste omgeving van de burcht ‘villa Alost’ zeker in aanmerking. De site had immers een gunstige verkeersligging langs de Dender, terwijl de ‘villa Alost’ er voor een zekere veiligheid zorgde.
Omstreeks het midden van de 11e eeuw slaagde de graaf van Vlaanderen, Boudewijn IV, erin de grens van zijn graafschap oostwaarts te verleggen tot aan de Dender. Aalst kwam aldus in de grenszone van Vlaanderen te liggen en evolueerde tot het politieke centrum van het nieuw veroverde gebied. Later werd dit territorium het ‘Land van Aalst’ genoemd.
Het Aalst van de Middeleeuwen was niet alleen het bestuurlijke centrum en een militair bolwerk ter verdediging van het graafschap Vlaanderen, het was ook een belangrijke handelsstad. Dit enerzijds door zijn ligging aan het kruispunt van de Dender met de grote Europese handelsweg Brugge-Keulen. Anderzijds was de aanwezigheid van een binnenhaven een grote troef voor de stad. Langs de haven konden de nodige grondstoffen worden aangevoerd en vonden de afgewerkte producten hun weg naar de talrijke afzetmarkten. Door deze gunstige ligging ontwikkelde zich in Aalst tijdens de late Middeleeuwen een bloeiende nijverheid. De textielnijverheid nam daarbij van in het begin een belangrijke positie in. In de 14e en 15e eeuw groeide het ambacht van de lakenwevers uit tot de belangrijkste economische macht in de stad. Vanaf de 14de eeuw werden te Aalst al druk bezochte markten gehouden.
De Tachtigjarige oorlog (1568-1648) bracht het economische leven in Aalst een zware slag toe, waarvan de stad zich pas rond 1700 volledig herstelde. Tijdens de 18e eeuw ontwikkelde de stad zich tot een centrum van de linnennijverheid in de regio. De Aalsterse ondernemers profiteerden van het gunstige economische klimaat onder de Franse bezetting: de omvangrijke bestellingen van het Franse leger, de grote Franse afzetmarkt en de politieke en economische veranderingen zorgden voor een bloeiende handel en nijverheid.
De negentiende eeuw werd in België gekenmerkt door schrijnende sociale wantoestanden ten gevolge van een overhaaste industrialisatie. In Aalst, dat als kleine industriestad zeker niet gespaard bleef van de arbeidersellende, groeide de ontevredenheid. Tegen deze achtergrond is het optreden van priester Adolf Daens, het boegbeeld van de Christene Volkspartij, te situeren. Hij kwam op voor de arbeiders in de textielindustrie. Het was ook vooral in het midden van de 19de eeuw met de bouw van het station en de industrialisering op de Denderoever dat de stad haar pittoresk uitzicht verloor.

Vanaf 1 januari 1977 kreeg de stad Aalst een nieuwe dimensie door de verruiming met de zogenaamde deelgemeenten Baardegem, Erembodegem, Gijzegem, Herdersem, Hofstade, Meldert, Moorsel en Nieuwerkerken.
De bewaarde merkwaardige gebouwen van Aalst-centrum en enkele deelgemeenten, de typische eigenheid van de verschillende dorpskernen, de landelijkheid van de Faluintjes, de recreatieve mogelijkheden en de oude stadskern maken Aalst tot een belangrijk centrum voor dagtoerisme in de Denderstreek.
Gelegen aan de Dender en aan de belangrijkste verkeersader (Calais-Oostende-Brussel-Aachen) is de stad Aalst uitgegroeid tot het belangrijkste handels-, financieel en industrieel centrum van het hinterland met ruim een kwart miljoen inwoners.
| |
| Bereikbaarheid | 
Autowegen
Aalst wordt verbonden met het internationale wegennet in Vlaanderen, Gent en Brussel via de E40. De stad heeft twee aansluitingen op de E40, namelijk de Siesegemlaan en de Geraardsbergsesteenweg die samenkomen in één knooppunt. Recent ontwikkelden er zich verschillende bedrijventerreinen aan de E40 te Aalst, waardoor de stad een belangrijke plaats in de regionale tewerkstelling kreeg. Het centrum van het stedelijke gebied Aalst wordt omsloten door een ring. Op de ring rond Aalst sluit een radiaal net van N-wegen aan. In westelijke richting is dit de N9 die parallel loopt met de E40. In noordelijke richting vinden we de N41 en de N406 die Aalst verbinden met Dendermonde. Aalst heeft ook een verbinding in zuidelijke richting via de N45. In oostelijke richting is er enerzijds de N411 die Aalst verbindt met Opwijk en anderzijds de N9 die Aalst verbindt met Asse. De oude stadskern van de stad wordt omsloten door de Wallenring. 3 Aalst heeft een belangrijke verbinding met Gent en Brussel via de E40.
Vanuit Brussel richting Gent - Oostende E40 Neem de afslag nr.19 Aalst - Ninove - Dendermonde - Geraardsbergen volg het bord Aalst
Vanuit Gent richting Brussel Neem de afslag nr.19 Aalst - Geraardsbergen - Ninove volg het bord Aalst
Waterwegen
Vroeger vervulde de Dender door haar strategische ligging een niet te onderschatten rol als economische transportweg. Ze vormde de verbindingsweg tussen de rijke industriegebieden in Wallonië en het noorden van Frankrijk. Wegens de beperkte toegankelijkheid van de Dender is het huidige economische belang ervan eerder beperkt. Stroomopwaarts in Aalst heeft ze enkel nog een toeristisch-recreatieve functie. Recent nam de Kamer van Koophandel Oost-Vlaanderen, in samenwerking met Stad Aalst, initiatieven om de Dender meer toegankelijk te maken.
Spoorwegen
Naast via auto- en waterwegen wordt Aalst ook ontsloten via het spoor. In Aalst zijn er twee stations: dat van Aalst Centrum en dat van Erembodegem. Er zijn vier verbindingen per uur tussen beide stations. Vanuit het station Aalst kan men 5 keer per uur naar Brussel en 2 keer per uur naar Gent sporen. Dit is exclusief de extra verbindingen tijdens de ochtend- en avondspits en de verbindingen vanuit Erembodegem. Aalst heeft dus een goede spoorverbinding met de grote steden om haar heen. | |
| Inwoners | Het aantal inwoners per deelgemeente:
De cijfers voor 2001 werden vastgesteld op 1/1/2002, de cijfers voor 2002 zijn vastgesteld op 1/1/2003, enz…
|
Deelgemeenten
|
Oppervlakte
|
2001
|
2002
|
2003
|
2004
|
2005
|
2006
|
|
Aalst
|
1.896 ha
|
39.524
|
39.710
|
39.965
|
39.977
|
40.250
|
40.604
|
|
Baardegem
|
620 ha
|
1.887
|
1.906
|
1.871
|
1.874
|
1.876
|
1.892
|
|
Erembodegem
|
1.081 ha
|
10.631
|
10.672
|
10.633
|
10.668
|
10.658
|
10.669
|
|
Gijzegem
|
466 ha
|
3.101
|
3.140
|
3.127
|
3.146
|
3.153
|
3.183
|
|
Herdersem
|
533 ha
|
2.557
|
2.519
|
2.493
|
2.517
|
2.557
|
2.549
|
|
Hofstade
|
659 ha
|
5.641
|
5.722
|
5.639
|
5.692
|
5.691
|
5.703
|
|
Meldert
|
882 ha
|
2.792
|
2.807
|
2.812
|
2.814
|
2.836
|
2.851
|
|
Moorsel
|
943 ha
|
4.590
|
4.620
|
4.606
|
4.597
|
4.600
|
4.604
|
|
Nieuwerkerken
|
728 ha
|
5.662
|
5.678
|
5.691
|
5.728
|
5.751
|
5.727
|
|
TOTAAL Groot-Aalst
|
7.811 ha
|
76.385
|
76.774
|
76.837
|
77.013
(986 inw./km²)
|
77.372
(991 inw./km²)
|
77.782
(996 inw/km²)
|
| |
| Oorsprong van de benaming 'Aalst' | Aalst wordt voor de eerste maal uitdrukkelijk vernoemd in een polyptiek (register waarin de belangplichtige boerderijen en personen van de grote middeleeuwse landgoederen zijn beschreven) van de abdij van Lobbes uit 868-869: "Alosto in pago bragbattensis".
"Alost" van "alus-oth": alus = els, oth = collectief.
Vandaar: plaats waar talrijke elzenbosjes worden aangetroffen | |
| Oorsprong van de benaming 'Ajuin' | ajuinboeren, ajuinpelders, ajuine(n)fretters, ajuinen
| Geen scheldwoord in de loop der tijden ooit aan de Aalstenaars gegeven, wist met zulke kracht alle andere verwijten te overtreffen als dit van AJUINEN en zijn varianten. De spotnaam voor de Aalstenaars is over heel Vlaanderen bekend. Eigenlijk kunnen we zelfs amper nog van een spotnaam spreken want het woord ajuin is zowat uitgegroeid tot een alomtegenwoordige aanduiding voor een inwoner van Aalst.
De oorsprong van de spotnaam ajuinen ligt in de 19de eeuw, toen in Aalst en omstreken de uienteelt enorm floreerde. Naast de grote hopmarkt bestond er vroeger te Aalst ook een vermaarde uienmarkt. Hieraan herinnert nog de voormalige "Ajuinstraat", nu Felix de Hertstraat, die leidde naar het "Ajuinveld", nu de wijk van de Watertoren.

Varianten op de huidige spotnaam die men vroeger gebruikte zijn onder andere ajuinpelders, ajuinboeren, ajuinfretters…
Van de naam ajuinpelders duiken het vroegst sporen op in een Oost-Vlaams volksliedje uit Dendermonde, uit 1843.
Hiervan luidt de zesde strofe :
Ik kwam lestmael langs de Lombaertstraat gegaen
En ik vond daer eenen Aelstenaer staen,
Pelt ajuinen, pelt ajuinen, zei de Aalstenaer. (41)
Van dit soort spotliedjes tekende A. De Cock in 1898 een variante op te Denderleeuw:
Ik kwam laatstmaal in de Lombaardstraat gegaan,
En wat zag ik daar al staan?
En ik zag daar eenen Aalstenaar staan,
Pelt ajuinen, pelt ajuinen, zei de Aalstenaar (bis)
Lustig en tevreden
Kwam ik daar getreden
Vive l’amour et la victoire! (42)
Sinds jaar en dag heerst er een ludieke rivaliteit tussen de steden Aalst en Dendermonde. Het Van Dale Handwoordenboek uit 1925 vermeldt:
De variante ajuinen is één van de jongste maar zeker de meest gebruikte spotnaam van de Aalstenaars. Hij dateert uit de 19e eeuw en overleeft alle ons bekende Aalsterse schimpnamen. Hoewel de uienteelt thans heel wat geslonken is en door een bloeiende moderne nijverheid verdrongen werd, toch kan deze naam samen met ajuinboeren - die nochtans in geringere mate voorkomt- als "de" typische scheldnaam voor die van Aalst gelden. De Dendermondenaars maken er dolgraag gebruik van in hun uitlatingen, terwijl zij onder deze benaming ook de beeldspraak "domkop" verstaan. (43)
Het meest afdoende bewijs dat de Aalstenaars zich nooit veel stoorden aan de spot van de Dendermondenaars is wel het feit dat zij aan zelfspot zijn gaan doen, dat zij hun spotnaam als een plezierig sieraad zijn gaan beschouwen en er ook fier op zijn. Dit bleek bijvoorbeeld reeds uit een optocht in 1890, waarin ze de stad als een "ajuin" afbeeldden. Dit vond men dan gelijk ook de uitstekende gelegenheid om zelf eens hun buren uit Ninove, de Ninovieters of "wortels", een steekje te geven. Eén der figuren stelde een reusachtige wortel voor die voortgestuwd werd door een niet minder ontzaglijke "ajuin".(44)
In het alledaagse volksleven speelde de ui te Aalst natuurlijk ook zijn rol. Zo zei men:"hij heeft nen ajuin gehad" wat betekent: "zij heeft hem laten zitten". Niet lang nadien kon er dan wel eens een risje uien aan de deurklink van de afgedankte hangen.
Maar ook vandaag is de "ajuin" in Aalst nog niet vergeten. Tijdens Aalst Carnaval en zijn carnavalsstoet krijg je nog vaak verwijzingen naar de Aalsterse bijnaam. ’s Maandags met carnaval is er bijvoorbeeld steeds de zogenaamde "ajuinworp". Met de ajuinworp worden vanop het stadhuis en enkele horecazaken aan de Grote Markt honderden "ajuintjes" het publiek ingeworpen met als inzet het vangen van de "gouden ajuin".
Maar meer dan een eeuw na het onstaan van de spotnaam is er natuurlijk al heel wat veranderd. De jongere generaties hebben nauwelijks weet van de ooit zo bloeiende ajuinenteelt in Aalst en omgeving, de vele ajuinvelden zijn al decennia lang verdwenen. Dit had tot gevolg dat de jongere generatie -binnen de eigen leefwereld- zelf op zoek begon te gaan naar een mogelijke verklaring voor de bijnaam. Op die manier is naast de etymologische verklaring van de bijnaam een andere versie beginnen ontstaan die nog steeds vaak doorverteld wordt. De spotnaam ajuinen zou volgens deze jongste interpretatie niet door de overvloedige uienteelt van vroeger te verklaren zijn, maar veeleer teruggaan op een eigenaardigheid van het Aalsters dialect. Ajuin zou afkomstig zijn van het bevestigend antwoord "ha, ja hij", wat hetzelfde klinkt als de dialectische uitspraak van het zelfstandig naamwoord ajuin. Spreek uit als [a’join].
Van Hese H., De Rivaliteit tussen Aalst en Dendermonde, vroeger en nu, Gent, Uitgave van de bond der Oostvlaamse volkskundigen, 1962, pp 29-32
(1) J. Van de Velde in J.W. Wolfs Wodana. Gent, 1843, blz.189. Overdruk in Volkskunde, V 51892), blz. 172
(2) A. De Cock, Volkskunde, XI (1898), blz. 201-203
(3) Van Dale, Handwoordenboek der Ned. Taal. Den Haag- Leiden, 1925, blz. 83 i.v. ajuin: zuidned. domkop.
(4) A. Gittée, Volkskunde V (1892), blz. 158 | |
| Parochies | Het dekenaat Aalst in het bisdom Gent bestaat uit 17 parochies.
Openingsuren: maandag en dinsdag: van 10 tot 16 uur, donderdag en vrijdag: van 10 tot 12 uur, woensdag: gesloten
Parochieverantwoordelijken:
Heilig Hart
E.H. Pastoor Michaël Meersschaert, Botermelkstraat 63 B 9300 Aalst, tel. 053 78 80 16, fax. 053 78 98 18, e-mail stpaulusaalst@skynet.be
O.-L.-Vrouw Bijstand
Sint-Anna
E.H. Pastoor Raf Vanderburght, Dendermondsesteenweg 16 9300 Aalst, tel. 053 71 01 88, gsm. 0496 41 14 70, e-mail stjozefaalst@skynet.be
Diaken Paul Jacobs, Baardegem-Dorp 71, 9310 Baardegem-Aalst, gsm. 0475 89 55 85, e-mail paul.jacobs@comitep.be
Sint-Antonius Van Padua
E.H. Pastoor Paul Segers, Capucienenlaan 97 9300 Aalst, tel. 053 70 33 51, fax. 053 21 37 87, e-mail segers.paul1@skynet.be
Sint-Jan Evangelist
Sint-Jozef
E.H. Pastoor Raf Vanderburght, Dendermondsesteenweg 16 9300 Aalst, tel. 053 71 01 88, gsm. 0496 41 14 70, e-mail stjozefaalst@skynet.be
Diaken Paul Jacobs, Baardegem-Dorp 71, 9310 Baardegem-Aalst, gsm. 0475 89 55 85, e-mail paul.jacobs@comitep.be
Sint-Martinus
Z.E.H. Deken Johan De Baere, Sint-Martensplein 5 9300 Aalst, tel. 053 21 31 95, fax. 053 21 30 05, e-mail johan.de.baere@skynet.be
Diaken Wim Paulissen, Albrechtlaan 38/9 9300 Aalst, tel. 053 78 88 53, gsm. 0476 35 09 18
Sint-Paulus en O.-L.-Vrouw Ter Rozen
E.H. Pastoor Michaël Meersschaert, Botermelkstraat 63 B 9300 Aalst, tel. 053 78 80 16, fax. 053 78 98 18, e-mail stpaulusaalst@skynet.be
Baardegem: Sint-Margaretha
E.H. Pastoor Karel Maenhout, Bergsken 18 bus 2 9310 Herdersem-Aalst, tel. 053 78 22 93, gsm. 0495 42 46 79
Erembodegem: Onze Lieve Vrouw Hemelvaart
E.H. Pastoor Frans Van Petegem, Termurenlaan 2 9320 Erembodegem-Aalst, tel. 053 21 12 10
Erembodegem-Terjoden: Sint Jozef
E.H. Pastoor Jacques Lievens, Vlaamsegaaistraat 1 9320 Nieuwerkerken-Aalst, tel. 053 83 15 32, gsm. 0478 29 63 05, e-mail jacques.lievens@belgacom.net
Gijzegem: Sint-Martinus
E.H. Pastoor Pol Lebbe, Vereeckenstraat 20 9308 Gijzegem-Aalst, tel. 053 21 43 24, e-mail p.lebbe@myonline.be
Herdersem: Onze Lieve Vrouw Hemelvaart
E.H. Pastoor Roger Ghijsels, Grote Baan 202 9310 Herdersem-Aalst, tel. 053 21 24 64, fax. 053 21 24 65, gsm. 0477 23 50 70, e-mail rghijsels@telenet.be
Hofstade: Onze Lieve Vrouw Hemelvaart
E.H. Pastoor Toon Clarijs, Hoogstraat 48 9308 Hofstade-Aalst, tel. 053 21 27 63, gsm. 0479 84 56 46 , e-mail t.clarijs@skynet.be
Meldert: Sint-Walburga
E.H. Pastoor Karel Maenhout, Bergsken 18 bus 2 9310 Herdersem-Aalst, tel. 053 78 22 93, gsm. 0495 42 46 79
Moorsel: Sint-Martinus
E.H. Pastoor Karel Maenhout, Bergsken 18 bus 2 9310 Herdersem-Aalst, tel. 053 78 22 93, gsm. 0495 42 46 79
Nieuwerkerken: Onze Lieve Vrouw Hemelvaart
E.H. Pastoor Jacques Lievens, Vlaamsegaaistraat 1 9320 Nieuwerkerken-Aalst, tel. 053 83 15 32, gsm. 0478 29 63 05, e-mail jacques.lievens@belgacom.net
Evangelische Kerk
De heer Berthold Lamparter, Dr. Jozef Kluyskensstraat 11 9300 Aalst, tel. 053 21 40 18
Protestantse Kerk
Voorganger, Susan Letens-Waters, Geraardsbergsestraat 228 9300 Aalst, tel. 053 77 73 34
link: webstek dekenaat
| |
| Situering | Aalst is gelegen in de provincie Oost-Vlaanderen, binnen de Vlaamse ruit, het gebied tussen Antwerpen, Gent, Brussel en Leuven. Door zijn omvangrijke industriegebieden langs de Dender en zijn meer recent ontwikkelde bedrijventerreinen aan de E40 heeft Aalst een belangrijke taak in de regionale tewerkstelling. Aalst is tevens een verzorgingscentrum voor de Denderstreek.
Sinds 1 januari 1977 bestaat de stad uit de volgende deelgemeenten: (Klein-)Aalst, Hofstade, Gijzegem, Moorsel, Herdersem, Nieuwerkerken, Baardegem, Meldert en Erembodegem. Sindsdien vervult zij een centrumfunctie voor ruim 77.000 inwoners. Het is daardoor de tweede stad van Oost-Vlaanderen. De totale oppervlakte bedraagt 7.812 ha.

Aalst bevindt zich op de overgang van zandleembodem naar leembodem. Het golvende landschap wordt doorsneden door het alluvium van de Dender, de enige bevaarbare waterloop in Aalst. De Dender vormt de ontstaansreden en de bron van de economische bloeiperiodes in de Aalsterse geschiedenis. | |
| Stadsvlag | De beschrijving van de vlag luidt als volgt:

Drie even lange banen van rood, van wit en van geel, met op het wit een rood zwaard paalsgewijze geplaatst". | |
| Wapenschild | De officiële tekst luidt: “In zilver een zwaard van keel (keel = rood), bovenaan vergezeld van twee schildjes, rechts in goud een dubbele adelaar van sabel (sabel = zwart), getongd, bebekt en gepoot van keel, links in goud een leeuw van sabel, geklauwd en getongd van keel. Het schild getopt met een kroon van goud met dertien parels, waarvan drie verheven”. Het wapenschild komt o.a. nog aan bod in de officiële stempel van de stad (zowel met inkt als in droogstempels).

| |
|
|