| Aalst biedt doorstroomwoningen aan | Dit najaar start de stad Aalst met het verhuren van doorstroomwoningen. Een dergelijke woning biedt tijdelijke opvang, voor een zeer korte periode, voor burgers in een noodsituatie. De huurders krijgen intensieve (psycho)-sociale en administratieve begeleiding.
Doorstroomwonen is er in de eerste plaats voor de meest kwetsbaren in de samenleving: jong, oud, alleenstaanden, allochtonen, sociaal, psychologisch of financieel kansarmen. De begeleider gaat samen met de kandidaat-huurder op zoek naar een degelijke, betaalbare woning. De doorstroomhuurders krijgen ook de nodige steun en opvolging om de eigen levenssituatie te verbeteren.
De huurvoorwaarden en huurprijzen van de doorstroomwoningen werden op dinsdag 30 augustus 2011 vastgesteld door de gemeenteraad. | |
| Afbraak en heropbouw van gebouwen in bepaalde stadsgebieden: 6 % btw | Het verlaagd btw-tarief van 6% is van toepassing op werken in onroerende staat die betrekking hebben op rehabilitatie, renovatie, verbetering, herstelling, omvorming of onderhoud van een gebouw, mits aan volgende voorwaarden is voldaan:
- het gebouw moet minstens vijf jaar oud zijn op ht ogenblik van opeisbaarheid van btw ingevolge de werken;
- de werken moeten worden uitgevoerd door een geregistreerd aannemer;
- het gebouw moet NA de werken voor minstens 50 % als privéwoning worden aangewend.
Zijn uitgesloten van het verlaagd tarief:
reinigingswerken, nieuwbouw, afbraak en heropbouw van gebouwen.
Om verkrotting in bepaalde steden tegen te gaan, heeft men een uitzondering toegestaan, zijnde dat het verlaagd tarief van 6% ook van toepassing kan zijn op de afbraak en heropbouw van bepaalde woningen, indien aan een aantal voorwaarden wordt voldaan.
Een eerste voorwaarde is dat de woningen moeten gelegen zijn in één van volgende steden: Aalst, Antwerpen, Brugge, Dendermonde, Genk, Gent, Hasselt, Kortrijk, Leuven, Mechelen, Oostende, Roeselare, Sint-Niklaas, Anderlecht, Brussel, Elsene, Etterbeek, Schaarbeek, Sint-Gillis, Sint-Jans-Molenbeek, Sint-Joost-Ten-Node, Ukkel, Vorst, Bergen, Charleroi, Doornik, La Louvière, Luik, Moeskroen, Namen, Seraing, Verviers.
Het verlaagd btw-tarief van 6% kan worden toegepast op de afbraakwerken evenals op de daarmee gepaard gaande heropbouwwerken. Zijn uitgesloten van het verlaagd tarief: reinigingswerken, werken m.b.t. zwembaden, vijvers, sauna’s en andere luxeproducten.
Het gebouw moet bovendien na de werkzaamheden voor minstens 50% als privéwoning worden aangewend. Komen echter niet in aanmerking: internaten, verblijfsinrichtingen voor bejaarden, opvangtehuizen, enz.
Onder afbraakwerken wordt verstaan dat het grootste gedeelte van de fundamenten, zoals de steundragende muren, worden afgebroken. Wanneer een gebouw wordt uitgebreid, waarbij het grootste gedeelte van de fundamenten of van de steundragende muren of van de structuur wordt behouden, dan spreekt men niet langer over afbraakwerken en wordt men uitgesloten van het verlaagd tarief.
De afbraakwerken en de heropbouwwerken mogen worden uitgevoerd door verschillende aannemers, dewelke wel steeds geregistreerd moeten zijn. De bouwheer mag het gebouw ook zelf afbreken, indien dit voorafgaat aan de heropbouw. De heropbouw moet wel worden uitgevoerd door een geregistreerde aannemer.
Indien verschillende aannemers de afbraak- en heropbouwwerken doen, kan men slechts factureren met toepassing van het verlaagd tarief, wanneer de opeisbaarbeid van de btw ingevolge de werken,… zich voordoet voor 31 december van het jaar waarin het nieuwe gebouw voor het eerst in gebruik wordt genomen. De opeisbaarheid van de btw wordt ondermeer bepaald door het opstellen van een factuur, het verrichten van een betaling, de beëindiging van het werk/dienst. Dit zijn drie momenten van opeisbaarheid die zich moeten voordoen voor 31 december van het jaar van eerste ingebruikname van het gebouw.
De bouwheer moet een verklaring indienen bij het plaatselijke btw-controlekantoor, dat bevoegd is voor het ambtsgebied waarin het gebouw gelegen is en voor de btw opeisbaar wordt (dus voordat er gefactureerd wordt, of voordat een betaling wordt gedaan, of voordat de werken beëindigd worden). In de verklaring moet ondermeer staan dat het gebouw hetwelk men laat (of zelf) zal afbreken en laat heropbouwen, hoofdzakelijk zal aangewend worden als privéwoning. De bouwheer moet een afschrift van deze verklaring aan de aannemer(s) overhandigen.
Het verlaagd tarief kan ook nog worden toegepast op reeds “lopende projecten”, indien aan alle grondvoorwaarden is voldaan. Bovendien is dit slechts mogelijk voor projecten waarvan de opeisbaarheid van de btw (= moment van opstellen van factuur, moment van betaling, moment van beëindiging van de werken) zich voordoet NA 31.12.2006.
De bouwheer kan dan alsnog een verklaring indienen bij de btw-administratie, waarvan een afschrift aan de aannemer moet overhandigd worden. De aannemer moet dan een verbeterd stuk opmaken. De te veel gevorderde btw kan door de aannemer aan de bouwheer terugbetaald worden. De aannemer op zijn beurt kan deze btw terugvorderen via zijn periodieke aangifte, mits voldaan is aan alle voorwaarden.
| |
| Gevaar: CO koolstofmonoxide | Je ruikt het niet
Je ziet het niet
Je voelt het niet
.....
tot het te laat is
Iedereen weet het: je moet opletten met toestellen die koolstofmonoxide (CO) produceren. Elk jaar weer moeten in ons land meer dan duizend mensen met vergiftigingsverschijnselen in een ziekenhuis opgenomen worden. Elk jaar telt men een 100-tal dodelijke ongevallen door CO-vergiftiging.
CO: Kleur- en reukloos!
CO is giftig omdat het zich vastzet op onze rode bloedlichaampjes en daardoor het zuurstofvervoer in ons lichaam verhindert. Dit kleur- en reukloos gas belet dus de zuurstofvoorziening van de hersenen en kan dodelijk zijn. Men krijgt hoofdpijn, braakneigingen, zwijmelingen, raakt bewusteloos en nog erger.
Dodelijke ongevallen zijn niet zelden te wijten aan het feit dat men veel van zijn krachten verliest en bijvoorbeeld niet meer in staat is om een deur of een venster te openen.
1. Hoe ontstaat CO
CO kan ontstaan bij een verbranding van fossiele brandstoffen zoals hout, mazout, steenkool, papier, petroleum, butaan-, propaan- en aardgas. Elke verbranding is een chemische reactie van o.a. koolstofatomen (symbool C) met zuurstof (symbool O).
a) Volledige verbranding
Bij een volledige verbranding komt er een chemische verbinding tot stand tussen telkens één koolstofatoom en twee zuurstofatomen. Dit resulteert in koolstofdioxide (CO2). CO2 is niet giftig, ook de mens ademt CO2 uit.
Andere producten die vrijkomen bij verbranding zijn waterdamp, zwaveldioxide, stikstofoxide en -dioxiden, en ... warmte.
b) Onvolledige verbranding
Bij een zuurstoftekort ontstaat er een onvolledige verbranding. Er is dan slecht één zuurstofatoom beschikbaar per koolstofatoom, het resulteert in CO, koolstofmonoxide. Omdat je het niet ziet, ruikt of proeft, vormt dit gif een sluipend gevaar.
2. Oorzaken
De ontwikkeling van CO is niet uitsluitend te wijten aan de staat van het toestel op zich. Er zijn ook factoren in het menselijk gedrag die een belangrijke rol spelen. Mensen hebben vaak de neiging tot over-isolatie. Men moet echter steeds zorgen voor de afvoer van verbrandingsgassen (bovenaan) en de aanvoer van verse lucht (onderaan): ventilatie van de kamer waar het toestel opgesteld staat.
De schoorsteen moet goed werken, toestellen moeten correct gebruikt worden en zowel toestellen als schoorstenen behoeven regelmatig onderhoud.
3. Waar schuilt het gevaar?
a) Slechte afvoer van verbrandingsgassen
Bij een rechtstreekse afvoer via de schoorsteen dient men op te letten voor vogelnesten en opgehoopt roet (zeker als je hout, kolen, briketten of stookolie verbrandt). Nakijken of de schoorsteen, en meer bepaald het metselwerk, in goede staat verkeert. Eén keer per jaar de schoorsteen laten vegen als je hout, kolen of stookolie verbrandt. Als je intensief stookt met harshoudend hout (vb. den) kan het zelfs nodig zijn de schoorsteen vaker te vegen. Een schoorsteen aangesloten op een toestel dat gas verbrandt, vervuilt veel minder (controle om de drie jaar volstaat in dit geval).
b) Te weinig aanvoer van verse lucht
Sommige verwarmingstoestellen zijn niet aangesloten op een rechtstreekse afvoer, denk aan een petroleumkachel, een verwarmingstoestel op propaan of butaan met een katalytische verbranding:
-
de kamer moet voldoende verlucht worden zodat er geen te hoge concentratie van verbrandingsgassen ontstaat (voorzie een verluchtingsrooster, open deur of venster, gebruik een ventilator);
-
beperk de verwarmingsperiode, in feite zijn dergelijke toestellen slecht bedoeld als hulpverwarming.
c) Onvoldoende onderhoud
Niet alleen de schoorsteen moet onderhouden worden, ook de toestellen zelf moeten geregeld nagekeken en eventueel opnieuw afgesteld worden:
-
controleer het toestel op barstjes in het kachellichaam (daarlangs kunnen gassen ontsnappen);
-
laat gaskachels en gasketels om de drie jaar nakijken, stookolie- en kolenketels/kachels ieder jaar (liefst in de zomerperiode).
d) Onjuist gebruik van het toestel
Het kan gebeuren dat alles perfect in orde is maar dat je toch problemen krijgt door een slecht gebruik. Om dat te vermijden:
-
streef een zo volledig mogelijke verbranding van de brandstof na. Sluit daarom nooit de luchttoevoer van de kolen- of de houtkachel af, een onvolledige verbranding produceert CO;
-
sluit niet meer dan één toestel aan op hetzelfde schoorsteenkanaal;
-
let op met een keukenventilator of een dampkap als er in hetzelfde lokaal een kachel brandt (deze toestellen kunnen onderdruk veroorzaken die de rookgassen van de kachel in het lokaal trekt);
-
plaats géén schoorsteenklep, deze klep belet de verbrandingsgassen te ontsnappen.
4. Toestel per toestel
Twee soorten toestellen kunnen gevaar opleveren: verwarmingstoestellen en toestellen om warm water te produceren. We bespreken een aantal gevallen:
Centrale verwarmingsketel
-
Het lokaal waar de ketel staat moet goed verlucht worden, aanvoer van lucht nodig voor de verbranding.
-
Men is wettelijk verplicht elk jaar de stookolie- of kolenketel (en de schoorsteen) te laten reinigen.
-
Voor ketels van centrale verwarming op gas is de jaarlijkse onderhoudsbeurt niet wettelijk verplicht, maar het is toch aangeraden om de drie jaar een controle te laten uitvoeren.
Petroleumkachel
-
Dit verplaatsbare kacheltje is niet aangesloten op een afvoer. Het lokaal moet voldoende verlucht zijn en je kunt een petroleumkachel het best niet langer dan een uur gebruiken in een kamer van 4 x 4 m.
-
Slaap nooit met zo’n petroleumkachel in werking.
Waterverwarmer met afvoer
Waterverwarmers op gas zijn de voornaamste oorzaak van CO-vergiftiging. Zeker in de badkamer moet je goed opletten. Niet zelden zijn de ongevallen te wijten aan het niet naleven van de plaatsingsvoorschriften:
-
Van zodra het toestel meer dan 6 liter warm water per minuut produceert, moet het aangesloten zijn op een afvoer.
-
Voorzie altijd in verluchting.
-
Koop steeds een toestel met het CE-merkteken, verplicht sinds 1 januari 1996.
Waterverwarmer zonder afvoer
Deze toestellen mogen maximaal 6 liter warm water per minuut produceren.
-
Het is sedert 1987 verboden ze in een badkamer te gebruiken. Ze zijn enkel geschikt in een goed verluchte keuken.
-
Sommige modellen zijn voorzien van een veiligheid die de gastoevoer afsnijdt wanneer er veel verbrandingsgassen in het lokaal aanwezig zijn. Maar zelfs deze modellen mogen niet gebruikt worden om een (stort)bad te bevoorraden.
-
Laat ook dit type van waterverwarmers eens per jaar controleren.
-
Koop steeds een toestel met het CE-merkteken, verplicht sinds 1 januari 1996.
Verwarmingstoestel op propaan of butaan met een katalytische verbranding
-
Dit toestel wordt evenmin aangesloten op een afvoer en mag slechts een korte tijd gebruikt worden.
-
Meestal zijn deze radiators wel voorzien van een veiligheid die de brander uitschakelt wanneer er te veel verbrandingsgassen in het lokaal blijven hangen. Dit is een vooruitgang, maar je kunt nooit uitsluiten dat deze voorziening op een bepaald ogenblik verstek laat gaan met alle gevolgen vandien. Slaap daarom nooit in een kamer waar zo'n radiator brandt.
Kolenkachel
-
Het is gevaarlijk een klassieke kolenkachel ’s nachts vertraagd te laten werken. De temperatuur van de verbrandingsgassen ligt dan lager en deze raken moeilijker omhoog door de afkoelende schoorsteen. Het is zelfs mogelijk dat de trekrichting verandert en dat de rookgassen de kamer ingestuurd worden.
-
De moderne kolenkachels die in "dunne laag" verbranden, mogen dan wel vertraagd branden. Kies een kachel met Benor kenteken.
- Let op barstjes in het kachellichaam: ze kunnen de rookafvoer verstoren en rookgas in de kamer laten ontsnappen.
Gasradiator
- Het is aan te raden dit toestel alsook de schoorsteen om de drie jaar door een specialist te laten controleren.
- Een radiator met directe muurafvoer is een stuk veiliger: via een rechtstreekse opening in de muur wordt zowel lucht aangezogen als het gas afgevoerd. Deze afvoer mag niet uitkomen op een smalle luchtkoker.
Infraroodstraler op gas
- Dit type verwarmingstoestel verbrandt aardgas butaan of propaan en mag nooit gebruikt worden in een leefruimte, het wordt enkel toegelaten in heel grote lokalen: hangaars, werkplaatsen,...
- Toch worden er goedkope, kleine modellen verkocht voor gebruik in de woning of stacaravan. Dit is te betreuren, ga nooit slapen met zo'n straler in werking.
Auto
Vergeet niet dat een auto CO produceert. Laat de motor niet draaien in een gesloten ruimte.
5. Heb jij een goede schoorsteen?
Een goede schoorsteen is belangrijk. Een schoorsteen die goed trekt voert de verbrandingsgassen af en trekt tegelijkertijd voldoende zuurstof naar het toestel aan. Een schoorsteen trekt goed als hij voldoende hoog is en de breedte aangepast is aan de schoorsteenhoogte en aan het verwarmingstoestel. Droge en geïsoleerde schoorstenen trekken beter. Tot slot is een goed onderhouden schoorsteen een must.
a) Bij verwarmen op hout, mazout, steenkool, petroleum
De verbrandingsgassen van deze energiebronnen bevatten roet en andere restproducten die zich kunnen afzetten in het rookkanaal. Het is dan ook raadzaam deze schoorstenen jaarlijks te reinigen.
b) Bij verwarmen op gas
De rookgassen van een gasverwarmingstoestel (dat goed is afgesteld) bevatten géén roetdeeltjes. Ze bevatten wel waterdamp.
-
Indien het een toestel betreft aangesloten op een oude schoorsteen die vroeger gebruikt werd voor hout-, mazout of steenkoolverbranding is het noodzakelijk deze schoorsteen nog enkele jaren te reinigen. De waterdamp kan immers neerslaan op de schoorsteenwanden, waardoor oude roetlagen losgeweekt worden en verstopping kunnen veroorzaken.
-
Indien het een aansluiting op een nieuw rookkanaal betreft, is de reiniging van de schoorsteen niet nodig. Wel moet men jaarlijks controleren of de schoorsteen nog goed trekt en of er geen nieuwe obstakels (bakstenen, vogelnesten,...) in terechtgekomen zijn.
6. Als er toch wat misloopt
Als je als buitenstaander vermoedt dat er in een lokaal te veel CO aanwezig is en je wil hulp bieden, moet je volgende regels in acht nemen:
-
hou in het bewuste lokaal zoveel mogelijk de adem in;
-
open deuren en vensters;
-
draag het slachtoffer naar buiten;
-
roep de "100" of een dokter.
Maar het kan ook dat men chronisch te veel CO in het bloed heeft door een of ander defect toestel. Om te weten of die eeuwige hoofdpijn, die duizelingen... waar men thuis altijd last van heeft, veroorzaakt worden door CO, kan je de dokter thuis vragen voor een bloedafname (dit moet thuis omdat CO nogal snel uit het bloed verdwijnt).
Vergeet niet dat een roker via zijn sigaret CO inademt en dat hij dus altijd een hoger CO-gehalte in zijn bloed heeft. Om te weten welk toestel verantwoordelijk is voor CO-vergiftiging, mag je - eventueel gewapend met het rapport van je geneesheer- een beroep doen op de hygiënedienst van de gemeente of de stad waar je woont. Als de overheid je niet kan helpen, kan je terecht bij gespecialiseerde bedrijven.
| |
ARTIKEL NIET GEVONDEN
Het artikel dat je zocht, bestaat niet. Gebruik de zoek functie om te vinden wat je zoekt of ga naar de home-pagina.| Huurder: zorg ervoor dat je een brandverzekering hebt! | Voor een huurder is het heel belangrijk om een degelijke brandverzekering te hebben. De huurwet zegt dat de huurder aansprakelijk is voor brand, tenzij hij bewijst dat de brand buiten zijn schuld is ontstaan. Maar dat laatste is niet altijd gemakkelijk of zelfs onmogelijk te bewijzen. De huurder doet er goed aan zowel zijn inboedel als zijn aansprakelijkheid voor brand te verzekeren. Beide zijn nog steeds niet verplicht, in tegenstelling tot sommige berichten in de pers. Als het huurcontract je dat verplicht, moet je je natuurlijk wel laten verzekeren.
Vooral je aansprakelijkheid voor brand is belangrijk. Wij hopen allemaal dat het ons niet zal overkomen, maar als er brand uitbreekt en je bent niet verzekerd, kan dit zware gevolgen voor je portemonnee hebben. Ook de verhuurder is trouwens verplicht zich voor zijn aansprakelijkheid te laten verzekeren. De huurder kan zich ook tegen inbraak, vandalisme en glasbreuk laten verzekeren.
Heb je vragen of twijfels, neem dan contact op met de Huurdersbond.
Huurdersbond Oost-Vlaanderen v.z.w. is een ledenorganisatie die juridisch advies geeft aan sociale en private huurders, voor een bescheiden jaarlidgeld van 15,- EUR.
Zij hebben spreekuren te Aalst op dinsdagavond van 18 tot 20 uur. Voor meer informatie: tel. 09 223 28 77 of 09 223 63 20 (www.huurdersbond.be).
| |
| Openbaar domein nodig voor bouwwerken? | Wie bouwt of verbouwt heeft soms een stukje van het voetpad of de openbare weg nodig. Daarvoor moet je een tijdelijke privatisering van het openbaar domein aanvragen bij de stad. Dit moet nu minstens 20 kalenderdagen op voorhand.

De aanvraagtermijn voor de tijdelijke privatisering van het openbaar domein bij bouwwerken is vanaf 1 januari gevoelig gewijzigd, namelijk van 1 dag naar 20 dagen. Elke belastingplichtige moet uiterlijk 20 dagen voor de start van de werken een aangifte indienen bij de Financiële dienst van de stad. Je kan het aanvraagformulier downloaden van de website of afhalen aan de balie van de sectie belastingen.
Plan op schaal
Bouwen of verbouwen brengt altijd hinder met zich mee. Als je gebruik maakt van het openbaar domein dan heeft dit soms een grote invloed op het verkeer. Bouwmaterialen of een stelling versperren het voetpad. Een aannemer neemt een stuk van de rijweg in waardoor het openbaar vervoer niet meer langskan en moet omrijden. Het zijn maar enkele voorbeelden. Om deze hinder beter te kunnen inschatten moet elke aanvraag voortaan vergezeld zijn van een plan op schaal. Hierop moet je duidelijk aangeven welke zone zal geprivatiseerd worden. Om het je makkelijker te maken is er op het aanvraagformulier ruimte waarop je deze schets kan maken.
Machtiging
De nieuwe termijn van 20 dagen moet de stad in staat stellen om advies in te winnen bij de Lokale Politie. Bovendien kunnen aanvragen voor privatisering op een gewestweg, tijdig doorgespeeld worden aan het Vlaams Gewest. Eenmaal je aanvraag is goedgekeurd door de stad, krijg je een machtiging voor een periode van 14 kalenderdagen. Het tarief van de belasting is afhankelijk van de ligging (betalend parkeren of blauwe zone) en de ingenomen oppervlakte.
Container
Wie enkel een container op het openbaar domein wil plaatsen valt onder een ander belastingreglement. Het plaatsen van zo’n container hoef je slechts 7 dagen op voorhand aan te vragen en kost 40,- EUR voor een periode van 7 dagen. Het volledige belastingreglement kan je raadplegen via de Financiële dienst of via de website www.aalst.be. Surf naar het A-loket en voer het trefwoord ‘belastingen’ in. Hier kan je ook meteen de nodige aanvraagformulieren downloaden. Voor meer info kan je mailen naar stadsbelastingen@aalst.be
A-loket artikels
| |
| Sociaal verwarmingsfonds | De maximumprijs van huisbrandolie is aanzienlijk gestegen. Daardoor lopen mensen met een laag inkomen het risico om in moeilijkheden te geraken. Daarom werd de vzw Sociaal Verwarmingsfonds opgericht. Het komt gedeeltelijk tussen in de betaling van de verwarmingsfactuur van personen die zich in een moeilijke situatie bevinden. Het is een uitvoerend initiatief van de overheid, de OCMW's en de petroleumsector. Het Sociaal Verwarmingsfonds wordt gespijsd via een solidariteitsbijdrage op alle olieproducten die bestemd zijn voor verwarming (huisbrandolie en bulkpropaangas).
Wat is het?
De vzw Sociaal Verwarmingsfonds komt voor een deel tussen in de betaling van de stookoliefactuur van personen die zich in een moeilijke situatie bevinden. Het is enkel actief tijdens de verwarmingsperiode, dat wil zeggen van 1 september tot 30 april van elk jaar.
Om aanspraak te kunnen maken op een toelage, dient de prijs, BTW inbegrepen, die op je factuur vermeld wordt, gelijk aan of hoger te zijn dan:
- 0,49 EUR/liter voor de categorieën 1, 2 en 3;
- 0,59 EUR/liter voor de categorie 4.
De levering dient gebeurd te zijn:
- tussen 1 september 2007 en 30 april 2008 voor de categorieën 1, 2 en 3;
- tussen 1 januari 2008 en 30 april 2008 voor de categorie 4.
Het gaat om de factuur betaald voor:
-
huisbrandolie (of mazout) aan de pomp en in bulk (voor het vullen van een brandstoftank aan huis),
-
verwarmingspetroleum,
-
bulkpropaangas aan huis geleverd in grote hoeveelheid (in een propaangastank, niet in flessen).
Voor wie is het?
Categorie 1:
Tevens is vereist dat het jaarlijks bedrag van het bruto belastbaar gezins-inkomen van deze gerechtigden, niet hoger is dan 14 057,18 EUR verhoogd met 2.602,36 EUR per persoon ten laste.
Categorie 2 :
De personen met een jaarlijks bruto belastbaar gezinsinkomen dat lager is of gelijk aan 14.057,18 EUR verhoogd met 2.602,36 EUR per persoon ten laste. Voor de berekening van dat inkomen wordt rekening gehouden met het kadastraal inkomen (x3) van andere woningen dan de gezinswoning.
Categorie 3 :
personen met schuldoverlast
Personen met een schuldbemiddeling of een collectieve schuldenregeling en die de verwarmingsfactuur niet kunnen betalen.
Categorie 4 :
personen met bescheiden inkomen
Personen met een jaarlijks netto belastbaar gezinsinkomen dat lager of gelijk is aan 23.281,93 EUR (mechanisme maximumfactuur)
Voor welke brandstof?
De in aanmerking komende brandstoffen zijn:
-
huisbrandolie in bulk: een verwarmingsbrandstof, ook stookolie of mazout genaamd, in vloeibare vorm, besteld in liter (grote hoeveelheid), voor het vullen van een brandstoftank;
-
huisbrandolie (of mazout) aan de pomp: hetzelfde product als het hierboven toegelichte product, maar in kleine hoeveelheden gekocht (jerrycans van 5, 10 liter), gebruikt voor petroleumkachels;
-
lamppetroleum (c) aan de pomp: een verwarmingsbrandstof in vloeibare vorm, vooral gebruikt voor petroleumkachels (= op zich staande petroleumkachels zonder rookgaskanaal), gekocht in kleine hoeveelheden (jerrycans van 5, 10 liter);
-
bulkpropaangas: petroleumgas, verkocht in liter voor het vullen van een propaangastank.
Het Fonds komt dus niet tussen voor aardgas via aansluiting op het stadsdistributienet, propaangas in gasflessen en butaangas in gasflessen.
Hoeveel bedraagt de toelage?
Het terugbetaalde bedrag hangt af van de gefactureerde prijs van de brandstof: hoe hoger de prijs, hoe groter de tussenkomst. Per huishouden en per verwarmingsperiode kan er maximum 1.500 liter brandstof in aanmerking genomen worden voor de toekenning van een verwamingstoelage.
Er dient een onderscheid gemaakt te worden naar categorie:
De eerste drie categorieën:
Er is een nieuwe prijsdrempel met een toelagebedrag van 0,14 EUR per liter toegevoegd. Deze nieuwe drempel is enkel van toepassing op leveringen vanaf 1 januari 2008. De interventiedrempel is vastgesteld op 0,49 EUR per liter.
Zodra de op de factuur aangerekende prijs, BTW inbegrepen, gelijk of hoger is dan de drempels die hieronder bepaald worden, wordt de bijdrage als volgt bepaald:
|
Prijs per liter vermeld op
factuur
|
Bedrag van de toelage per
liter
|
Maximumbedrag van de toelage per prijscategorie
|
|
>= 0,4900 en< 0,5150 EUR
|
3 cent
|
45,- EUR
|
|
>= 0,5150 en< 0,5400 EUR
|
5 cent
|
75,- EUR
|
|
>= 0,5400 en< 0,5650 EUR
|
7 cent
|
105,- EUR
|
|
>= 0,5650 en< 0,5900 EUR
|
8 cent
|
120,- EUR
|
|
>= 0,5900 en< 0,6150 EUR
|
9 cent
|
135,- EUR
|
|
>= 0,6150 en< 0,6400 EUR
|
10 cent
|
150,- EUR
|
|
>= 0,6400 en< 0,6650 EUR
|
11 cent
|
165,- EUR
|
|
>= 0,6650 en< 0,6900 EUR
|
12 cent
|
180,- EUR
|
|
>= 0,6900 en< 0,7150 EUR
|
13 cent
|
195,- EUR
|
|
>= 0,7150 EUR
|
14 cent
|
210,- EUR
|
Zolang de prijs lager is dan 0,49 EUR/liter, komt het Fonds dus niet tussen.
Voor de categorie 4:
Voor deze categorie kan de toelage enkel worden toegekend voor de leveringen vanaf 1 januari 2008.
|
Prijs per liter vermeld op
factuur
|
Bedrag van de toelage per
liter
|
Maximumbedrag van de toelage per prijscategorie
|
|
>= 0,5900 en < 0,6150 EUR
|
2 cent
|
30,- EUR
|
|
>= 0,6150 en < 0,6400 EUR
|
3 cent
|
45,- EUR
|
|
>= 0,6400 en < 0,6650 EUR
|
4 cent
|
60,- EUR
|
|
>= 0,6650 en < 0,6900 EUR
|
5 cent
|
75,- EUR
|
|
>= 0,6900 en < 0,7150 EUR
|
6 cent
|
90,- EUR
|
|
>= 0,7150 EUR
|
7 cent
|
105,- EUR
|
Zolang de prijs lager is dan 0,59 EUR/liter, komt het Fonds dus niet tussen.
Sinds 1 januari 2008 is de forfaitaire toelage voor huisbrandolie of verwarmingspetroleum (C) aan de pomp gestegen van 100 tot 150,- EUR.
De personen die al een forfait van 100,- EUR hebben gekregen kunnen met een nieuw aankoopbewijs, daterend van na 1 januari 2008, aanspraak maken op het verschil van 50,- EUR.
wat moet ik doen
Indien je recht hebt op de toelage, ontvang je dit bedrag in de hand (cash) of via een storting op je rekeningnummer. Als u behoort tot categorie 3 (zie de rubriek 'Wie heeft er recht op?') wordt de toelage via het OCMW rechtstreeks betaald aan de brandstofleverancier.
Indien je denkt recht te hebben op steun van het Sociaal Verwarmingsfonds, moet je contact opnemen met het OCMW van je gemeente binnen de 60 dagen na de levering.
Het OCMW zal nagaan:
Het OCMW zal u volgende documenten vragen:
-
In ieder geval de leveringsfactuur. Indien je in een gebouw met meerdere appartementen woont, vraag je aan de eigenaar of beheerder van het gebouw een kopie van de factuur en een attest met vermelding van het aantal appartementen waarop de factuur betrekking heeft.
-
Indien je behoort tot categorie 1 :
-
je identiteitskaart,
-
je SIS-kaart,
-
het bewijs van het gezinsinkomen (het meest recente aanslagbiljet, de meest recente loonfiche, het meest recente attest van een ontvangen sociale uitkering, …).
-
Indien je behoort tot categorie 2 :
-
je identiteitskaart,
-
het bewijs van het gezinsinkomen (het meest recente aanslagbiljet, de meest recente loonfiche, het meest recente attest van een ontvangen sociale uitkering, …).
-
Indien je behoort tot categorie 3 :
-
Indien je behoort tot categorie 4 :
Waar vind ik mijn OCMW?
OCMW Aalst
Gasthuisstraat 40
9300 Aalst
personen met begrensd inkomenpersonen met recht op verhoogde verzekeringstegemoetkoming van de ziekte- en invaliditeitsverzekering | |
| Studentenkoten en kamerwoningen in Aalst | Klik op onderstaande link voor een lijst met alle vergunde kamerwoningen en studentenkoten in onze stad.
Voor meer info: Kamerwoningen en studentenkoten
| |
| Visie Woontypologie | leidraad bij nieuwe woonprojecten
| De stad legt haar visie vast voor nieuwe woonprojecten. Welke soort woningen wensen we in onze stad, welke kenmerken vinden we belangrijk, aan welke criteria moeten nieuwe projecten voldoen? Aalst kiest voor een gevarieerd woonaanbod, met een sterke mix van diverse soorten woningen. Kortom, een hoge woonkwaliteit.
Aalst wil een aangename stad zijn om te wonen. Daarom is het belangrijk om vast te leggen hoe we willen dat onze woonbuurten er uit zien, zeker als het gaat over nieuw te bouwen verkavelingen of appartementen.
Mix van woningen
De stad kiest ervoor om in elke buurt woningen te voorzien van diverse types. Zowel appartementen als gewone huizen met tuin, zowel studio's als woningen met 2 of 3 slaapkamers, zowel sociale woningen als andere. Zo is er voor elk wat wils in de directe omgeving. Grote projecten met slechts één soort woningen zijn voortaan uit den boze.
Speciale noden
Ook voor de speciale noden van bijvoorbeeld oudere mensen of minder mobiele bewoners is er aandacht. Op die manier kunnen in elke buurt mensen van verschillende generaties samen wonen. Zo hoef je bij het ouder worden niet al te ver te verhuizen om een woonst te vinden die voor jou is aangepast.
Hoge kwaliteit
De stad Aalst kiest voor woonbuurten met een hoge kwaliteit. Een rustige woonomgeving met aandacht voor beperkte lawaaihinder van verkeer of buren, met buurtgroen, parkeermogelijkheden, netheid... In de directe woonomgeving moet op wandelafstand openbaar vervoer, groen, speelruimte en zo meer te vinden zijn. Ook de woningen zelf moeten van hoge kwaliteit zijn, met licht en ruimte, zonder teveel inkijk van buren, met een eigen terras of tuin... Bij appartementen moet er ook een fijne plek zijn waar buren elkaar kunnen ontmoeten voor een babbel, bijvoorbeeld aan de inkomstruimte of in een gezamenlijk tuintje.
Gebruik van de visienota
De dienst Woonbeleid zal deze visie gebruiken als leidraad wanneer ze advies moet geven over nieuwe woonprojecten (daarbij verwijzend naar artikel 4.3.1 §2 2° van de Vlaamse codex Ruimtelijke Ordening). Projectontwikkelaars, architecten, bouwheren van meergezinswoningen... kunnen deze visienota hanteren bij de voorbereiding en het ontwerp van nieuwe woonprojecten.
Voor meer info: Visie Woontypologie
| |
| Voorwaarden Vlaamse Woonlening gewijzigd | Met rentevoeten vanaf 1,48% (juli 2010) is de Vlaamse Woonlening van de VMSW meestal een stuk goedkoper dan de markt. Voor mensen met een beperkt inkomen wordt een eigen woning zo een bereikbare droom. Vanaf 1 juli 2010 verandert een en ander aan het reglement.
Wat hetzelfde blijft
De Vlaamse Woonlening kan verkregen worden voor de aankoop van een woning die minstens 30 jaar oud is en die gerenoveerd moet worden. Ook wie al een huis heeft, kan voor de renovatie, verbetering of aanpassing een Vlaamse Woonlening aangaan. Daarnaast kan ook wie wil bouwen of een sociale woning wil kopen, gebruikmaken van de Vlaamse Woonlening.
Om in aanmerking te komen moet het gezamenlijk belastbaar inkomen liggen tussen 7 720 en 30 860,- EUR (voor een alleenstaande) en 46 300,- EUR (voor een gezin van minstens twee personen). Het maximumbedrag wordt verhoogd met 3 090,- EUR per persoon ten laste. Kandidaat-ontleners mogen ook geen andere woning in volle eigendom of 100% vruchtgebruik hebben.
Wat verandert
Het totale te ontlenen bedrag is maximaal 181 690,- EUR. De aankoopprijs van de woning mag niet hoger zijn dan 171 690 ,- EUR en de noodzakelijke renovatiewerken moeten minstens 10 000,- EUR bedragen. Hoe hoger het bedrag van de noodzakelijke renovatiewerken (boven 10 000,- EUR), hoe minder je kan lenen voor de aankoop van de woning.
De VMSW schat welke renovatiewerken noodzakelijk zijn (veilig, aangepast aan de grootte van het gezin, comfort) en moeten worden uitgevoerd en beleend.
In sommige gevallen stijgen de maximumbedragen naargelang je gezinssamenstelling.
Wat nu ?
Op www.vlaamsewoonlening.be vind je meer informatie over de concrete voorwaarden en kan je met de wooncalculator zelf berekenen of je in aanmerking komt en hoeveel de maandelijkse afbetalingen bedragen. Met vragen kan je terecht op info@vlaamsewoonlening.be of het gratis nummer 1700.
Er worden aangepaste folders bezorgd aan sociale huisvestingsmaatschappijen, gemeenten, OCMW's, notarissen enzovoort. Deze kunnen ook steeds worden besteld bij de VMSW.
Met vragen jun je rechtstreeks terecht bij:
Rudy Van Daele, VMSW, celhoofd Hypothecaire Kredietverlening
tel. 02 505 45 39 • fax 02 505 474 77 • rudy.vandaele@vmsw.be
| |
| Woonplan Aalst | Klik hier om het woonplan Aalst te downloaden
Wat is een woonplan?
In een woonplan vind je alle doelstellingen en acties die een stad of gemeente wil ondernemen op gebied van woongelegenheid. Om tot zo'n woonplan te komen moet er natuurlijk rekening worden gehouden met verschillende factoren:
- Aan de ene kant is er de ruimtelijke ordening die je stad in zones verdeelt: natuurgebieden, landbouwzone, handel & industrie, recreatiezone, woongebied...: alles heeft zijn plaats binnen een stad.
- Aan de andere kant heb je menselijke factoren: senioren, gezinnen met kinderen, mensen met minder financiële middelen... alle doelgroepen moeten aandacht krijgen bij de ontwikkeling van een woonplan.
Nauw overleg met alle actoren (OCMW, bedrijven, sociale huisvesting, natuurverenigingen, stadsdiensten...) is dus absoluut noodzakelijk om tot een goed evenwicht te komen en tot een leefbare situatie voor iedereen.
De klemtoon: betaalbaar en kwaliteitsvol wonen voor iedere Aalstenaar!
De Belgische Grondwet garandeert het ‘recht op een behoorlijke huisvesting’. Maar het vinden van een betaalbare en kwalitatieve woning in een aangename woon- en leefomgeving is niet vanzelfsprekend. Het doel dat Aalst zich heeft gesteld is dat iedereen kan beschikken over een aangepaste woning van goede kwaliteit tegen een betaalbare prijs, met woonzekerheid en dit in een behoorlijke woonomgeving.
Lees er uitgebreid over in het woonplan!
Voor meer info: Woonplan
| |
|
|