|
|
|
| Aalst biedt gratis advies aan rond duurzaam bouwen | De stad wil haar inwoners overtuigen van het nut van duurzame bouwtechnieken, niet alleen voordelig op ecologisch maar ook op financieel vlak. De stad biedt daarom bouwers en verbouwers 3 uur gratis duurzaam bouwadvies aan door een ervaren architect. Bovendien geeft Aalst een extra premie voor het plaatsen van een condensatieketel.
Deze architect is gespecialiseerd in het geven van advies over energie- en waterbesparende maatregelen en over milieuvriendelijke materialen. Aan de hand van bouwplannen, schetsen en foto's stelt hij een persoonlijk planadvies op voor de meest energie- en milieuvriendelijke bouwoplossingen. Ook kleine verbouwingen of aanpassingen aan je woning, waarvoor geen architect of vergunning is vereist, geven je recht op gratis adviesuren. Ook als je (nog) geen plannen op papier hebt, kan je om advies vragen.
Alle inwoners van Aalst kunnen gebruik maken van dit aanbod. Het advies wordt telkens gegeven op de derde dinsdag van de maand, van 16.30 tot 18.30 uur, in vergaderlokaal 1 van het cultuurcentrum De Werf, Molenstraat 51, 9300 Aalst. Voor het maken van een afspraak kan je terecht bij de Woonwinkel op tel. 053 73 24 27.
Hier volgen alvast 5 tips om zuiniger te wonen:
- Verbruik minder energie
Je gedrag kan een fundamentele bijdrage leveren aan je energiefactuur. Wie de verwarming 's nachts afzet kan tot 155,- EUR per jaar besparen. De deuren goed sluiten levert tot 100,- EUR op. Ook het gebruik van een snelkookpan of koken met het deksel op de pot is energiebesparend. Gebruik elektrische toestellen enkel wanneer het echt nodig is en schakel ze steeds volledig uit in plaats van ze in stand-bymodus te laten staan. Dat ‘sluipverbruik’ kan immers oplopen tot één vijfde van je totale verbruik.
- Kleine energiebesparende maatregelen
Kleine maatregelen zijn goedkoop in uitvoering en daarom op korte termijn terugverdiend. Behalve met het plaatsen van radiatorfolie, spaarlamp en buisisolatie, bespaar je snel energie met het plaatsen van tochtstrips, thermostatische kranen, isoleren van rolluiken, dichten van kieren, ontkalken van toestellen, enzovoort. Het zijn vaak kleine klussen, maar ze gebeuren nog te weinig.
- Reduceer je waterverbruik
Water is duur, kostbaar, en het is zonde om water te verspillen. Met een regenton kan je regenwater dat gratis in je achtertuin valt, hergebruiken om bijvoorbeeld je tuin te besproeien of je auto te wassen. Een andere kleine maar bijzonder lonende ingreep is de installatie van een spaardouchekop die maar half zoveel water verbruikt als een traditionele douchekop en evenveel comfort biedt.
- Isoleer je dak
Je dak isoleren is de best renderende ingreep aan je huis. Langs het dak gaat gemiddeld 26% van je verwarmingskosten verloren. Met een goede muts van dakisolatie kan je tot 30% besparen op je energiefactuur. De Vlaamse regering en de netbeheerder geven respectievelijk een premie van 500,- EUR en 2 tot 4,- EUR per m² dakisolatie.
- Extra premie voor condensatieketel
AALST GEEFT EEN EXTRA PREMIE VAN 75,- EUR BOVENOP DE PREMIE VAN DE NETBEHEERDER!
Als aardgas wordt verbrand komt waterdamp vrij. Bij een condensatieketel wordt de warmte uit die waterdamp gerecupereerd, waardoor het rendement van de ketel met 11% wordt verhoogd. Wanneer je je oude stookketel vervangt door een nieuwe condensatieketel geeft de stad een subsidie van 75,- EUR bovenop de subsidie van de netbeheerder. Deze zal automatisch door de stad uitgekeerd worden op basis van een goedgekeurde premie van je netbeheerder Eandis. V
Voor meer info over alle beschikbare bouw- en verbouwpremies kan je steeds terecht bij de Woonwinkel.
| |
| Buurtcomposteren in “de Fiber” en “de Farao” in Aalst, waar afvalpreventie en wijkontwikkeling samengaan | De historiek van het buurtcomposteren in Aalst.
Hoe het begon
De stad Aalst startte eind 1999 met een sensibiliseringscampagne rond afvalpreventie, in samenwerking met Indaver (toen VLAR) voor de globale communicatie en met Stadsland voor de doelgroepencommunicatie. Eén van de doelgroepen in die campagne waren de klein behuisden en de appartementsbewoners. Deze groep had immers bij preventie en bij sorteren van afval specifieke problemen zoals plaatsgebrek, geurhinder, vliegjes, …
In dat kader werd contact genomen met het buurtwerk van de rechteroever (toen ACRO). Na een informatiesessie met de bewonersgroep van het buurtwerk werd gekozen voor een proefproject in de zogenaamde Sint-Elisabethwijk. Deze wijk (Frans Breckpotwijk, Hippoliet Meertwijk, Lazaretstraat, Hospitaalstraat en Gasthuisstraat) omvat 164 sociale appartementen van diverse sociale bouwmaatschappijen, waaronder de stad. Sluikstorten en een gebrek aan betrokkenheid in de buurt waren er bijkomende problemen. Het huisvuil moest er aangeboden worden op verzamelplaatsen. Die waren veranderd in sluikstorten. Het gft werd er doorgaans ongesorteerd mee in de restzak gestoken. De wijk had een slechte reputatie en er was een groot verloop van huurders. Het project zou vertrekkend van het afvalvraagstuk dus ook een meerwaarde kunnen betekenen voor de leefbaarheid.
Er werd overlegd met de betrokken schepenen en stadsdiensten (met name Leefmilieu en Patrimonium), met de Intercommunale Land van Aalst (ILvA, die instond voor de afvalinzameling) en met buurtwerk ACRO over de gewenste aanpak en de medewerking van de verschillende partners.
Extra bewonersbijeenkomsten gaven een gedetailleerd beeld van de afvalproblemen en van de draagkracht van de wijk en van de bewoners. Uiteindelijk werd gekozen voor een herorganisatie van de afvalophaling, waarbij de verzamelpunten afgeschaft werden en er voortaan met kleine ophaalwagens aan de ingangen van de appartementsgebouwen ingezameld werd. Tevens zou er een verzamelplaats in afwachting van de ophaling voor papier/karton en voor glasafval gezocht worden. Afvalpreventie zou aan bod komen via een buurtcompostparkje. De princiepsbeslissing voor het eerste buurtcompostparkje in Aalst was er.

De uitwerking van het eerste buurtcompostparkje
Een kerngroep buurtbewoners wilde het buurtcompostparkje verder met ons uitwerken en het mee ondersteunen. Het is van belang dat de bewoners zich bewust zijn van de problemen, mee zoeken naar oplossingen en ook mee helpen aan de uitvoering daarvan.
Samen met hen werden het reglement, de openingsmomenten, de indeling van het compostparkje en het verloop van de officiële opening bepaald. Zij kozen ook de naam van hun parkje: de “Fiber”, naar het vroegere speedbotenfabriekje Fiber Fleet op die plaats. Uit die kerngroep bewoners kwamen ook de sleuteldragers. Zij hebben de sleutel van het hek en de garage en houden de Fiber als vrijwilligers open. Ze zorgen voor de goede werking ervan. Ze letten er bijvoorbeeld op dat er geen brood of gekookte etensresten bij het aangeboden keukenafval zit, want dat trekt ongedierte aan. De afspraken met de sleuteldragers (onder andere het niet doorgeven van hun sleutel) werden op papier gezet en door hen ondertekend. Ze kregen een badge, zodat ze voor anderen herkenbaar zijn.
Als lokatie werd gekozen voor een hoekje in het plantsoen onmiddellijk naast de garages van de appartementen. De laatste garage kon dienst doen als verzamelplaats voor papier/karton en voor glas en als berging en schuilplaats voor het compostparkje.
De stad stelde de grond (ongeveer 8,5 meter op 10 meter) en de garage ter beschikking en zorgde voor de inrichting van de Fiber.
Vereist waren :
- een omheining met een vergrendelbaar hek. Dit is belangrijk om sluikstorten tegen te gaan. Uit ecologisch oogpunt opteerden wij voor een omheining (1,80 meter hoog) en een hek in kastanjehout;
- de compostbakken. Die werden door de stedelijke technische dienst vervaardigd. Je kan echter ook compostbakken maken met oude paletten. Afhankelijk van de ruimte en het aanbod van keukenafval kunnen andere composteersystemen aangewezen zijn. Op de Fiber werd gestart met 3 bakken. Later werden het er 7;
- houthaksel. Dit wordt gebruikt als bodembedekking tegen onkruid, maar ook om het overwegend vochtige keukenafval wat te vermengen met droog structuurmateriaal;
- materieel voor het composteren zoals een spitvork, werkhandschoenen;
- afsluitbare keukenemmertjes voor de bewoners;
- een zitbank. Die werd net buiten de omheining geplaatst;
- een infobord met de openingsuren en het reglement (inclusief de sorteerregels);
- een logboek waarin de sleuteldragers elke keer het aantal bezoekers en eventuele opmerkingen of vragen noteren.
Er werd ook een eigen logo aangemaakt.
Elke bewoner van de wijk kreeg een leaflet met informatie over de nieuwe regeling en werd uitgenodigd op infovergaderingen hierover. De buurtbewoners konden hun grote gft-containers (van 140 of 40 liter) op een vastgestelde dag inleveren. Dat kon ook nog achteraf tijdens de openingsdag of tijdens de openingsuren. In de plaats ervan kregen ze een handig afsluitbaar 10 liter keukenemmertje. Enkel hiermee kunnen ze op de Fiber terecht. Zo is een zekere controle van de aanbieder mogelijk en vermijd je ook grote hoeveelheden tuinafval. Op die keukenemmertjes werd ook de lijst gekleefd van wat er wel of niet in mag. Die lijst is ook beschikbaar op papier en staat op het infobord aan de Fiber.
De Fiber werd officieel geopend op 10 september 2000, tijdens het wijkfeest. Iedere bewoner van de sociale appartementen kan er vanaf dan met zijn gft-afval terecht. Ongeveer de helft van de gezinnen maakt er effectief gebruik van. Het terreintje is driemaal per week toegankelijk, op maandagavond, woensdagnamiddag en zaterdagvoormiddag, telkens gedurende een half uur. Twee keer per week openen is minimaal vereist voor de goede kwaliteit van het aangeboden keukenafval. Gemiddeld komen er op de openingsmomenten van de Fiber een 20-tal bezoekers.
De sleuteldragers zorgen per 2 in een beurtrol voor de bemanning van het parkje. Aanvankelijk was er op elk openingsmoment ook een compostmeester aanwezig. Vanaf mei 2001 (na 8 maanden werking) werd dit stilaan afgebouwd. In mei en juni 2001 was er nog 1 keer per week een compostmeester van dienst, op een wisselend moment. Nu houden de compostmeesters af en toe nog een oog in het zeil en kan er op hen een beroep gedaan worden voor het keren en zeven van de bakken en bij problemen.
Het composteren verloopt naar wens. De eerste compost werd geoogst in mei 2001. De stad stelde toen ook potgrond ter beschikking om met de compost te vermengen en de bewoners van de wijk konden gratis hun bloembakken komen vullen. Hieraan werd ook wedstrijd gekoppeld voor de mooiste tuin of het groenste terras. De prijsuitreiking gebeurde op het wijkfeest in juli 2001.
In het begin waren er ongeveer om de 2 maanden overlegvergaderingen. De sleuteldragers, de betrokken compostmeester(s), de milieudienst en buurtwerk ACRO evalueerden de werking en stuurden bij waar nodig. Dat overleg gebeurt nu eerder informeel. Het sluikstorten in de wijk is merkbaar afgenomen. Het compostparkje fungeert duidelijk ook als ontmoetingsplaats, vooral in de zomermaanden. De sleuteldragers vormen inmiddels een hechte groep. Bewoners hebben weer wat contact met elkaar.
Hoe het verderging
Na de positieve evaluatie van de Fiber werd besloten een tweede project op te starten. In een overleggroep met alle betrokken diensten werden de selectiecriteria bepaald waaraan een tweede project zou moeten voldoen. Uiteindelijk viel de keuze op de buurt rond de sociale appartementen aan de Moorselbaan.
Opnieuw in samenwerking met het buurtwerk werd een tweede project buurtcomposteren opgestart voor de 39 sociale stadsappartementen aan de Moorselbaan en hun onmiddellijke omgeving. Dezelfde werkwijze werd gevolgd. Ook bij deze bewonersgroep bleek afval, met name gft een hoofdprobleem te zijn. Samen met de bewoners werd gezocht naar oplossingen en werd duidelijk dat er voldoende draagvlak voor buurtcomposteren zou zijn. De bewoners kozen voor hun parkje de naam “Farao”, naar de mieren waar ze eertijds mee geplaagd zaten.
De officiële opening van de Farao vond plaats op 9 juni 2002 tijdens het open composttuinenweekend. Ongeveer 25 gezinnen boden er geregeld keukenafval aan. Door een gebrek aan vrijwilligers-sleuteldragers is de Farao inmiddels echter verdwenen.
Bij de Fiber en de Farao was de betrokkenheid van de stad groot. Beide werden intensief begeleid en opgevolgd door dienst Leefmilieu.
Inmiddels wordt er ook in groep gecomposteerd in de OCMW-serviceflats De Kareeloven te Hofstade-Aalst.
Wil je zelf met je buurt gaan composteren?
Nieuwe projecten zijn welkom op een aantal voorwaarden. De stad biedt dan logistieke steun en helpt samen met de compostmeesters bij het opstarten. Het initiatief moet echter door de buurtbewoners gedragen en ondersteund worden. Het heeft geen zin zomaar ergens een buurtcompostparkje neer te poten.
Naast aanbieders van gft heb je zeker ook een vaste ploeg vrijwillige medewerkers nodig die instaan voor de goede werking van het buurtcompostparkje, de zogenaamde sleuteldragers. Deze taak is niet te onderschatten. Zorg zo mogelijk voor een beurtrol en voor 1 of meerdere reserve-sleuteldragers. Goede afspraken maken goede vrienden.
Er is toch enige kennis van het compostproces nodig. In het begin kan je zeker rekenen op de steun van de compostmeesters, maar op termijn zou je het composteren zelf toch onder de knie moeten kunnen krijgen. Ideaal is dat één van de sleuteldragers een cursus composteren volgt. De stad zorgt minstens 1 keer per jaar voor zo’n gratis cursus.
De stad zal je niet aan je lot overlaten. Een zekere opvolging en ondersteuning blijft steeds. Dat werkt immers ook motiverend voor de sleuteldragers.
| |
| Chemische bestrijdingsmiddelen | Onze stad doet aan milieuvriendelijk beheer
| Sinds begin 2004 is het voor overheden verboden om nog biociden te gebruiken, tenzij van de Vlaamse overheid een afwijking verkregen wordt om het gebruik geleidelijk af te bouwen, uiterlijk tegen eind 2014.
De stad werkt al jaren aan een beperking van het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen (biociden) bij het beheer van het openbaar domein. Het beheer van alle groen in parken en plantsoenen gebeurt zonder chemicaliën. Ook de voetwegen worden zonder gif beheerd.
Enkel op verhardingen wordt nog gespoten, zij het met de als minst schadelijk beschouwde middelen. Ook op bepaalde begraafplaatsen worden nog wel chemicaliën ingezet. De begraafplaatsen van Baardegem en Nieuwerkerken en vanaf 2006 ook het kerkhof van Herdersem worden zonder gif beheerd. Op de begraafplaats van Aalst zelf wordt geleidelijk in meer parkbegraafplaats voorzien, waar ook geen verdelgers moeten ingezet worden.
Milieuvriendelijk beheer
Bij nieuwe inrichtingsprojecten wordt systematisch rekening gehouden met de wijze van het onderhoud achteraf, zodat keuzes gemaakt kunnen worden in functie van een milieuvriendelijk beheer. Concreet betekent dit bijvoorbeeld dat er geen verhardingen worden aangelegd waar er niet voldoende gebruik van zou worden gemaakt. Verlaten verhardingen worden immers snel ingepalmd door allerlei onkruid en gaan er dan slordig uit zien.
Om de goten langs wegen vrij te houden, wordt nu systematisch geborsteld, zodat de voedingsbodem voor onkruid weggenomen wordt.
Voetpaden moeten rein gehouden worden door de aangelanden. De algemene politieverordening van de stad verbiedt daarbij het gebruik van chemicaliën. Onkruid kan het best voorkomen worden door regelmatig te vegen. Onkruid dat er toch groeit kan het best gewoon manueel weggenomen worden, eventueel met behulp van een mesje. Ook het gebruik van heet water kan helpen. Ook voor het onderhoud van grafstenen mogen geen chemicaliën gebruikt worden.
Voor meer info: tips voor tuinieren zonder chemische bestrijdingsmiddelen
A-loket artikels
| |
| De Kringwinkel levert inboedelservice | De Kringwinkel kan voortaan ook volledige woningen ontruimen.
De Kringwinkel Teleshop start met het aanbieden van een inboedelservice. Dat komt neer op de volledige ontruiming van een woning, van kelder tot zolder. De medewerkers van De Kringwinkel Teleshop demonteren, verpakken en ontruimen de volledige inboedel en waar nodig wordt zelfs gezorgd voor parkeerborden en een ladderlift. De woning wordt bezemschoon opgeleverd, klaar voor verkoop, verhuur of renovatie. Hoe werkt dat?
Duidelijke afspraken en een eerlijk voorstel
Een verantwoordelijke komt een inventaris opmaken en geeft een prijsvoorstel voor het leeghalen van je woning. Daarna wordt een planning afgesproken. Voor de prijs wordt rekening gehouden met de verkoopwaarde van de herbruikbare goederen, de afvalfractie, de werkuren en eventueel het huren van een lift. Belangrijk is wel dat het gaat over een inboedel, dus niet uitsluitend over afval of niet-bruikbare goederen.
Tewerkstelling, hulpverlening en milieuzorg
Wie een beroep doet op deze dienst ondersteunt meteen ook een duurzaam project! De Kringwinkel Teleshop zorgt voor tewerkstelling en opleiding van mensen met verminderde kansen. Er wordt ook gezorgd voor hulpverlening door goederen aan lage prijzen te verkopen en mensen die het financieel moeilijk hebben kortingen te geven. Bovendien verkleint de afvalberg door herbruikbare goederen een tweede leven te geven.
Wie graag vrijblijvend een voorstel wil, of meer info, kan elke werkdag bellen naar 053 78 61 73 of mailen naar info@teleshop-aalst.be. Even binnenspringen in De Kringwinkel Teleshop, A. Nichelsstraat 14 te Aalst, kan natuurlijk ook. Website: www.teleshop-aalst.be.
Gaat het niet over een volledige inboedel maar enkel een ophaling van herbruikbare goederen, dan blijft dit uiteraard gratis. Om een afspraak te maken, kun je eveneens terecht op bovenstaand nummer en mailadres.

Voor meer info: site van De Kringwinkel Teleshop
Lees ook
A-loket artikels
| |
| Denk aan onze kinderen, tuinier voorzichtig! | Pleidooi naar particulieren om geen bestrijdingsmiddelen te gebruiken. Kennisgeving wijziging politiereglement.
Heb je groene vingers? Of beschouw je je tuin eerder als een noodzakelijk kwaad? In beide gevallen is de kans reëel dat je regelmatig een beroep doet op chemische verdelgingsmiddelen of biociden. Misschien sta je er niet bij stil, maar deze producten zijn niet zonder gevaar. Ze werden ontwikkeld om leven te vernietigen en dat doen ze dan ook.
Jaarlijks komen massa’s van deze middelen terecht in de bodem, in beken en rivieren en in het grondwater. Sommige van deze stoffen zijn niet of zeer moeilijk afbreekbaar en stapelen zich op in onze omgeving. Via groenten en fruit wordt ons dagelijks een portie bestrijdingsmiddelen geserveerd.
De Vlaamse Milieumaatschappij, die de waterkwaliteit in beken en rivieren meet, treft in de helft van de waterstalen resten van chemische bestrijdingsmiddelen aan. Aan het gebruik van chemische verdelgers dient dus dringend paal en perk gesteld. Sinds 1 januari 2004 moeten de openbare diensten, waaronder ook de stad, het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen afbouwen. De bedoeling is om de opstapeling van de giftige bestanddelen in bodem, water en lucht tegen te gaan en zo de gezondheid van de bevolking te beschermen.
De overheid wil op die manier haar verantwoordelijkheid nemen. Maar ook de huishoudens dragen een deel van de verantwoordelijkheid. Het bespuiten van voetpaden, grasperken, in- en opritten… is immers schering en inslag. Het politiereglement bepaalt dat particulieren geen chemische bestrijdingsmiddelen mogen gebruiken voor het onderhoud van voetpaden of andere delen van het openbaar domein. Het zou spijtig zijn dat particulieren de inspanningen van de openbare dienst teniet doen door zelf naar de gifspuit te grijpen.
Tuinen, hoe klein ook, vormen in ons dichtbevolkte landje een belangrijke groene reserve, waarin allerlei leven een onderkomen vindt. Als we van onze tuin een kale en steriele aangelegenheid maken, vol chemicaliën, kan er van leven natuurlijk niet veel sprake zijn. Vogels vinden er dan geen voedsel, geen materiaal om hun nest te maken, laat staan nestgelegenheid. Bijen, die voor de bestuiving van onze fruitbomen en -struiken zorgen, gaan dood. Egels, die het teveel aan slakken elimineren, worden er vergiftigd.
Door een stukje natuur toe te laten in je tuin en in je omgeving, kan je een pak werk sparen en kan er een evenwicht ontstaan waarbij minder gemakkelijk plagen opduiken. De juiste plant op de juiste plaats zetten, biedt de beste garantie om snel de bodem te bedekken en zo de concurrentie met de ongewenste kruiden aan te kunnen. Wie streekeigen struiken en bomen plant, trekt vanzelf ook dieren aan die het teveel aan insecten , slakken,…oppeuzelen. Compostgebruik maakt de planten in je tuin beter bestand tegen ziekten.
Meer info: dienst Leefmilieu, tel. 053 73 24 11 of stuur een e-mail naar leefmilieu@aalst.be
| |
| Donderdag Veggiedag | Ook in de stadskeukens
| De stadskeukens bieden sinds 2010 één keer in de maand een vegetarische maaltijd aan in de stedelijke scholen en kinderopvang.
Donderdag Veggiedag is een campagne van EVA vzw (het Ethisch Vegetarisch Alternatief) om af en toe eens lekker vegetarisch te eten. Eén dag in de week bijvoorbeeld, zonder vlees of vis, maar met veel groenten en fruit.
Voor je gezondheid
Belgen eten te weinig groenten en fruit en te veel vlees en andere dierlijke producten. Gezond vegetarisch eten betekent minder dierlijke vetten en cholesterol, meer vezels, meer groenten en fruit. Overmatig vlees eten verhoogt de kans op hart- en vaatziekten, sommige kankers, overgewicht en diabetes.
Voor het milieu
Veeteelt heeft heel wat negatieve gevolgen voor het milieu. Zo valt 18% van de broeikasgasuitstoot in de wereld eraan toe te schrijven. Dat is meer dan wat de transportsector en het verkeer veroorzaken.
Wetenschappelijke studies kwamen tot verrassende besluiten: een vegetariër in een 4x4 is milieuvriendelijker dan een vleeseter op een fiets. Ofwel: drie uur met de wagen rijden en ondertussen thuis het licht laten branden, draagt minder bij tot de opwarming van de aarde dan het eten van 1 kg rundvlees. Niet dat we nu willen zeggen dat je meer met de auto mag rijden als je vegetarisch eet, natuurlijk... Maar, als je met het milieu begaan bent, is wat minder vlees een evidente keuze met een grote impact.
Voor de dieren
In België worden jaarlijks zo'n 285 miljoen dieren gedood voor voeding. Een gemiddelde Belg eet tijdens zijn leven een derde van een paard, 5 runderen en kalveren, 7 schapen en geiten, 24 konijnen en wild, 42 varkens, 43 kalkoenen en ander gevogelte, 789 vissen en 891 kippen.
Voor je medemens
Vlees is een inefficiënt product. Een groot deel van de graan- en sojaproductie in de wereld wordt gebruikt voor diervoeder. Het zou efficiënter zou zijn om deze gewassen rechtstreeks te gebruiken voor menselijke consumptie.
De stad geeft het goede voorbeeld
Er zijn dus redenen te over om wat minder vlees te eten. Ook onze stadskeukens gaan daarop in. Sinds januari wordt al één keer in de maand een vegetarische maaltijd voor de stedelijke scholen en kinderopvang bereid.
Het keukenpersoneel leerde daartoe in een speciale workshop de kneepjes van het vak. Dat staat garant voor een creatieve, lekkere, gezonde vegetarische maaltijd. De kinderen komen zeker niets tekort. Vlees wordt correct vervangen door andere producten rijk aan eiwitten, vitaminen en mineralen met minder verzadigde vetten. Vegetarisch is veel meer dan de traditionele maaltijd, maar dan zonder het vlees of de vis. Vegetarisch is ook geen synoniem voor saaie salades. Op het menu van de stedelijke scholen en kinderkribben stonden al vegetarische balletjes in groentesaus met couscous, vegetarische lasagne (een echt succes!), gevulde pannenkoekjes met spirelli en pestosaus en een vegetarische groenteburger met bloemkool en aardappelen. De kinderen maken zo kennis met nieuwe producten en smaken. Zo leggen ze de basis voor een gezond en gevarieerd voedingspatroon voor de rest van hun leven.
Ook eens proberen?
Wil je meer weten? Kijk dan eens op www.donderdagveggiedag.be of op www.vegetarisme.be of contacteer EVA, info@donderdagveggiedag.be of 09 329 68 51. Je vindt er niet alleen achtergrondinfo, ook lekkere recepten die je zouden doen vergeten dat je minder vlees of vis eet voor de goede zaak.

| |
| Duiven in de stad | Duiven horen bij het leven in de stad, maar de dieren kunnen helaas ook voor heel wat overlast zorgen. Vooral de bevuiling zorgt voor heel wat ergernissen. Om de duivenpopulatie onder controle te houden werkt de stad nu samen met een gespecialiseerde firma. Heb je in je woonomgeving last van duiven, geef dan een seintje aan de dienst Volksgezondheid.
Een duif voelt zich in de stad als een vis in het water. Er zijn talrijke plaatsen om te nestelen, om te schuilen en er is voldoende voedsel te vinden. De duif is een honkvaste vogel die zich snel ergens thuis voelt, waardoor de populatie vlug aangroeit.
.jpg)
Verboden te voederen
Er zijn ook dierenvrienden die regelmatig duiven voederen. Dit is nobel, maar eigenlijk verboden, volgens het politiereglement van de stad. Dit zorgt er namelijk voor dat de duiven steeds terugkeren naar de plaats waar ze voeder kregen. Het (overmatig) voeder trekt ook ongedierte, zoals ratten, aan.
| |
| Eigen groenten en kleinfruit | Huur een tuin in de Frans Breckpotwijk
| Is de kweek van biologische groenten en kleinfruit iets voor jou, maar heb je geen tuin? In de Frans Breckpotwijk kan je een buurtmoestuintje huren van het project ’Den Ajuin’.
Voor een zacht prijsje beschik je er over 50m ².
Interesse? Contacteer Lander van vzw Parol, ’Ontmoetingshuis De Brug’, Hertshage 11 te Aalst op tel. 053 70 64 44 of lander@parol.be.
| |
| Geen tijd of zin voor de strijk? | De Kringwinkel Teleshop doet je strijk voor je.
Wekelijks een berg strijk …. word je daar ook zo moe van? De Kringwinkel Teleshop heeft een voordelige oplossing. In de Strijkerij te Aalst kan je terecht met al je strijk: hemden, broeken, lakens ... Je krijgt meer vrije tijd en na 2 dagen is al je linnen professioneel gestreken.
Cash betalen kan, maar met dienstencheques wordt je strijk nog GOEDKOPER (www.dienstencheques.be).
Bijvoorbeeld 8 hemden = 1 dienstencheque= 4,69 EUR na de fiscale aftrek.
Flexibiliteit troef: snelle service, vlotte openingsuren, goede bereikbaarheid en ruime parkeergelegenheid.
Vanaf 1 december 2007 is de Strijkerij in Aalst ook open op zaterdagvoormiddag en is er tevens een Strijkerijdienst in De Kringwinkel te Lede.
Voor meer info:
Strijkerij Aalst, Tragel 5 te Aalst; tel. 053 70 78 00; strijkerij@belgacom.net
Openingsuren Aalst: ma en vrij: van 7.30 tot 14 uur; di en do: van 12 tot 18 uur; woe: van 8.30 tot 17 uur en zat: van 9 tot 12 uur
Voor meer info: de site van De Kringwinkel
| |
| Het afkoppelen van hemelwater in de praktijk | Hoe verhinder je dat het hemelwater van je dak en je verhardingen in de riolering terechtkomt?
| De regels
In een nieuw of verbouwd pand ben je verplicht het hemelwater op te vangen en te hergebruiken, het overschot te lozen in een gracht of het te infiltreren via een open of een ondergrondse inrichting. De open infiltratie-inrichtingen (grachten en wadi’s) kosten het minst, zijn het veiligst en verdienen zonder meer de voorkeur. Het verplicht volume van regenwaterputten hangt af van de dakoppervlakte. Enkel verhardingen waarvan het hemelwater niet vervuild kan worden mogen op een regenwaterput of infiltratie-inrichting aangesloten worden.
Het volume en de grondoppervlakte van een ondergrondse infiltratie-inrichting is minimaal 2,5 m³ en 4 m² per 100 m² aangesloten verharding. Ondergrondse infiltratie-inrichtingen worden in de regel uitgerust met een noodoverloop in de tuin. Enkel wanneer wateroverlast in zo’n ondergrondse infiltratie-inrichting schade aan woningen kan veroorzaken, mag die beveiligd worden met een overloop naar de riool. In de momenteel nog weinige straten waar een volledig gescheiden stelsel ligt, waar m.a.w. zowel het hemelwater van de straat als van de daken apart van het afvalwater afgevoerd wordt, moet die noodoverloop met die aparte hemelwaterafloop in de straat verbonden worden.
Bij verhardingen groter dan 1000 m² of wanneer er in een infiltratienota aangetoond wordt dat er onvoldoende kan geïnfiltreerd worden, mag de infiltratie-inrichting onderaan uitgerust worden met een leegloopleiding naar de riolering met maximumdebiet van 0.1 liter/sec. per 100 m² aangesloten verharding.
Wordt er in de infiltratienota aangetoond dat er niet kan geïnfiltreerd worden (bv. door kleigrond of door té hoge grondwaterstanden) dan kan er in een gesloten buffer voorzien worden, met minimumvolume van 5 m³ per 100 m² aangesloten verharding en uitgerust met een leegloopleiding die maximaal 0,1 liter/sec per 100 m² aangesloten verharding mag afvoeren.
Bij je bouwaanvraag voeg je het waterplan en de aanstiplijst. Beide documenten zijn nodig voor de volledigheid van het dossier.
Wat doe je concreet
Bij het ontwerp van je hemelwatervoorzieningen zal je samen met je architect rekening houden met de volgende prioriteit van maatregelen, ook wel het cascadesysteem genoemd.
Je hemelwater verzamelen en het gebruiken heeft voorrang. In de tweede plaats zal je het niet-gebruikte hemelwater laten infiltreren in de bodem. Als dat niet kan, maar particulieren zullen hier weinig mee te maken krijgen, vang je het niet-gebruikte hemelwater in een buffervoorziening op en voer je het vandaar vertraagd van je perceel af. Pas in allerlaatste instantie overweeg je het gescheiden afvoeren van de overloop van de infiltratie/buffering via oppervlaktewater of een gracht.
De slechtste manier maar nu nog de meest courante is het water afvoeren via een gemengd rioleringstelsel. Die zal in de toekomst door de nieuwe regels echter uitdoven.
Wat meer in detail
1. Verzamelen en gebruiken
Hemelwater opvangen in een vat of tank om de planten te gieten, te kuisen of de auto te wassen is vrij eenvoudig. Wanneer je het water echter ook wilt gebruiken voor het toilet, de wasmachine, de douche, … bespaar je pas echt drinkwater (en de hoge heffingen daarop), maar moet het hemelwater wel worden voorgefilterd en zijn er ook aparte leidingen voor nodig.
Regelmatig gebruik van het water is noodzakelijk om de bufferfunctie van je tank te handhaven en stilstand tegen te gaan. Bovendien is het aan te raden om de overloop in een infiltratiesysteem te laten overlopen.
2. Infiltreren in de bodem
Geef de voorkeur aan doorlatende verharding. Voor de particulier bestaan de zogenaamde halfverhardingen: grind, gravel, schelpen en boomschors, leemgrind, mulch en stol (een grind-zand-klei mengsel dat aangestampt wordt en waarin het grind boven komt) of gehakseld hout. Daarnaast kan je ook verharden met steenslag of dolomiet met een grove korrel. Een andere mogelijkheid is bestrating in kasseien, betonstraatstenen, natuurstenen met brede voegen waarin dan fijne kiezel of grof zand komt om doorlaatbaar te blijven. Er bestaan ook waterdoorlaatbare betonstraatstenen, met gaten en onderin kanaaltjes om het water af te leiden of met een hoog poriënvolume die het water zo doorlaten. Grasbetontegels hebben openingen waartussen gras kan groeien. Bij polyethyleen grastegels groeit het gras tussen honingraatopeningen.
Het water van je dak of van niet doorlaatbare verhardingen kan je ook in de bodem van je tuin laten dringen. Misschien volstaat het al je regenwaterpijp af te zagen en van een bocht te voorzien. Een stapje verder is infiltratie d.m.v. een grindbed in je tuin. Je kunt er dan voor kiezen het regenwater er bovengronds of ondergronds naartoe te leiden.
Je kunt ook je dakbedekking niet van een goot voorzien en het water rechtstreeks van het dak in een kiezelbed te laten bezinken.
Als je genoeg plaats hebt is berging en infiltratie het gemakkelijkst in een infiltratiekom. Die is tot 30 cm diep. De oppervlakte ervan is een humushoudende laag met gras. De aanvoer gebeurt liefst bovengronds via open goten, maar ondergronds kan ook. Als de ondergrond zelf niet genoeg doorlatend is voor een infiltratiekom is een infiltratiegreppel of wadi misschien de oplossing. Onder de infiltratiekom wordt dan een filterbedmateriaal aangebracht. Zo’n wadi is beplant met gras, biezen of moerasplanten. Voor de opvang van grote dakoppervlakken is ook een vijver met moerasplanten mogelijk.
Wil je alles ondergronds, dan heb je de keuze uit een infiltratieput (of –koffer) of een infiltratiebuis (of –krat). Bij deze systemen wordt het water rechtstreeks in de ondergrond geleid. Het eerste is een hoeveelheid grind ingegraven in de grond, met een filterdoek errond om dichtslibben tegen te gaan. Het tweede is een drainerende buis omhuld met kiezel of een kunststofkrat, beide omgeven door geotextiel.
Voor het water dat je dakoppervlakte opvangt, kan je ook een groendak overwegen. Een drainagelaag op je dak bergt het water dan en geeft het langzaam af aan de planten die er bovenop groeien.
Wil je er meer over weten?
Vibe en dialoog vzw ontwikkelden een kant-en-klaar pakket met concrete informatie. Op je deze vragen krijg je antwoord aan de hand van gestructureerde fiches. Via een eenvoudige beslissingsboom en een technische beschrijving van het type infiltratie kan je aan de slag. Je vindt dit alles op nevenstaande link naar tandem (klik dan op aanbod – tamdemkoffer – projectfiches – water infiltreren, zeker proberen).
Voor meer info: de website van Tandem, een samenwerkingsverband van milieuverenigingen
Lees ook
A-loket artikels
| |
| Je bos of je leven! | FSC-hout, een verstandige keuze
| Een pleidooi voor het gebruik van FSC-hout
Gemiddeld verbruikt een Belg in zijn leven zo’n 85 m³ hout, waarvan een kleine helft onder de vorm van papier en karton en de rest hoofdzakelijk als gezaagd hout. Het is een hoop waar je niet naast kan kijken. Het grootste deel (tweederde) daarvan wordt ingevoerd uit tropische, maar ook uit gematigde bossen. Maar bossen zijn veel meer dan boomfabrieken. Bossen zijn broodnodig voor de instandhouding van het leven op aarde, dus ook van het onze, omdat ze massa’s CO2 opnemen en ons zuurstof in de plaats geven, de luchtvochtigheid en de watervoorraad in de bodem op peil houden, … Het zijn de musea van de natuur, de schuiloorden voor dieren en planten waarvan we vaak het bestaan zelfs niet vermoeden, de reservaten voor geneeskrachtige planten, ... En waar gaan we trouwens ’s zondags verpozen?
Bos op de tocht, vlees op het bord
Bossen worden vandaag meer dan ooit bedreigd, door onbezonnen houtwinning, maar ook en vooral door ontbossing voor andere doeleinden, zoals de industriële landbouw. In de tropen moet het woud dikwijls wijken voor veeteelt (lees: vleeskweek). Een winstgevende zaak: in het westen eten velen immers graag alle dagen een stevige portie vlees. Dat liedje duurt echter nooit lang want de tropische bosbodems zijn dun en spoelen, eens kaalgekapt, vlug weg.
Per jaar verdwijnt een oppervlakte tropisch bos, vijfmaal zo groot als België …
In de jaren ’80 werd een boycot van tropisch hout op poten gezet. Dat had succes als alarmkreet, maar was uiteindelijk geen goede zaak voor de bescherming van het regenwoud. Tropisch bos verloor immers zijn (hout)handelswaarde, en dus werd het ook interessanter het te kappen voor gebruik als graasgrond voor vee. Bovendien verschoof de aandacht naar andere bouwmaterialen, zoals aluminium en PVC, die alles behalve milieuvriendelijker zijn.
Bos of plantage?
De gematigde bossen staan er niet beter voor: ze worden niet zozeer bedreigd in oppervlakte, maar wel in kwaliteit. Vele van die bossen zijn aangeplant en omvatten slechts weinig plantensoorten. In de natuur hangt alles met alles samen, zoals in een breiwerk. Hoe meer verbindingen er zijn, hoe sterker het weefsel. In een bos wordt dat ’hoe meer verscheidenheid, hoe sterker het systeem’.

FSC-garantie
Onder invloed van een aantal boseigenaars, de houtsector, sociale bewegingen en milieuorganisaties werd wereldwijd een systeem van certificering opgezet, waarbij hout uit bossen die op een ecologisch én sociaal verantwoorde manier worden beheerd een keurmerk krijgt, het FSC-label genoemd (FSC = Forest Stewardship Council of raad voor duurzaam bosbeheer). De keuring van het bosbeheer gebeurt op het terrein door onafhankelijke instanties, aan de hand van een lijst met strikte voorwaarden. Deze positieve maatregel maakt het voor bosbeheerders interessant om zich te laten opmerken op de markt van de houthandel.
Vraag naar FSC-hout!
FSC-hout en -houtproducten zijn reeds op vele plaatsen te koop.
Je kunt ze herkennen aan het FSC-logo met certificeringsnummer, dat op elk houtproduct gedrukt, gekleefd of gebrand is. Hou er rekening mee dat ook minder gekende, maar minstens even waardevolle houtsoorten tot het FSC-gamma behoren. Soms is het iets duurder dan gangbaar hout, soms niet, afhankelijk van de investeringen die nodig zijn voor het opstarten van het duurzaam beheer en de certificering. Je betaalt in elk geval een eerlijke prijs, die borg staat voor een correcte vergoeding voor de bosarbeiders en voor een exploitatie die onze bosbestanden veilig stelt voor de volgende generaties.
Het aanbod is groter dan je misschien denkt! Een lijst met verkoopspunten van FSC-hout en een overzicht van de beschikbare soorten en hun eigenschappen zijn op eenvoudig verzoek te bekomen bij de dienst Leefmilieu.
Meer informatie over het FSC-keurmerk vind je op onderstaande links:
http://www.fsc.org Website van FSC Internationaal
http://www.fair-timber.be Website van FSC Internationaal
http://www.wwf.be/fsc Website Belgische FSC Database: Online leveranciersgids en database minder bekende houtsoorten
http://www.fscnl.org/ Website van FSC Nederland
http://www.fsc-info.org/ Info FSC Certificaten: Database met alle bestaande FSC certificaten, zowel voor Bosbeheer als FSC Chain of Custody
http://www.certified-forests.org Informatie over FSC gecertificeerde bossen wereldwijd
http://www.wwf.be Website van WWF-België | |
| Licht, verhelderend ... maar soms nutteloos en storend | Enkele verrassende weetjes over lichthinder
Licht is glorie, licht is verhelderend, licht is "verlichting", licht is sfeervol,... Ja, maar licht kan ook hinderlijk en vervuilend zijn. Hierna volgt een kort overzicht van situaties waarin het gebruik van licht storend kan zijn. Bovendien vind je hierbij de resultaten van enkele in het oog springende onderzoeken.
Licht niet goed voor de mens?
* Het menselijk bioritme wordt gestuurd door het natuurlijk onderscheid tussen licht en donker. De mens heeft dan ook de duisternis nodig om zich te kunnen verzekeren van een goede nachtrust. In sterk verlichte gebieden worden slaapproblemen vastgesteld bij de bewoners. Klachten zoals slapeloosheid, angstdromen bij kinderen en depressiviteit kunnen hiervan het gevolg zijn.
* Licht kan een verblindend effect hebben: ongevallen op de weg kunnen bijvoorbeeld worden veroorzaakt door een bestuurder die werd verblind. Licht kan ook gewoon een storend element zijn (bijvoorbeeld bij een natuurwandeling of wanneer het de slaapkamer binnenvalt).
* Lichtverontreiniging kan sterk hinderend zijn voor astronomen, zij ontdekten de problematiek voor het eerst. Vooral in stedelijke gebieden kunnen er nog amper enkele tientallen sterren waargenomen worden. Zonder lichtverontreiniging zouden er dit een 3.500-tal zijn.

Gevolgen voor de plantenwereld
* De fotosynthese van planten wordt gestuurd door licht. In serres wordt gretig gebruik gemaakt van dit principe. Door kunstmatige verlichting wordt de groei van de planten extra gestimuleerd. Maar niet alle planten hebben baat bij kunstlicht. Sommige planten kunnen niet groeien onder een continue belichting. Andere planten vertonen groeiafwijkingen. Het kiemen, de bestuiving en het bloeien van de plant worden door een teveel aan licht in de war gestuurd. Planten in de buurt van straatlantaarns blijven langer groen waardoor de kans op vorstschade toeneemt.
Gevolgen voor de dierenwereld
* Nachtdieren zoals de uil, de wezel, de paling, ... schuwen het licht. Fel verlichte plaatsen vormen dan ook barrières voor hen. Op die manier geraken deze dieren vaak teruggedrongen in een steeds kleiner wordend leefgebied. Hun jachtgebied geraakt vlugger uitgeput, wat hun overlevingskansen niet ten goede komt.
* Sommige dieren worden aangetrokken tot sterke contrasten, zoals hevig licht. Een voorbeeld hiervan zijn uilen die graag jagen in verlichte gebieden en betrokken raken in een verkeersongeval door het verblindingseffect van licht,... Insecten zwermen samen rond een lamp waar ze sterven door uitputting of waardoor de kans vergroot dat ze ten prooi vallen aan mogelijke predatoren.
Energieverspilling
* Lichtverontreiniging en energieverspilling hangen nauw samen. Een groot deel van de openbare verlichtingstoestellen zijn nog uitgerust met niet-energiezuinige lampen en slechte armaturen. Energieverspilling doet de electriciteitsrekening van de gemeenten stijgen en is ook onrechtstreeks schadelijk voor de natuur. Het verspillen van elektriciteit leidt tot heel wat energiegebonden milieuproblemen zoals een verhoogde CO2-uitstoot met de opwarming van de aarde als gevolg, radioactief afval, zure neerslag, luchtverontreiniging,...
Opmerkelijke onderzoeken: licht en veiligheid
* Veiligheid in het verkeer: een argument dat zowel door de overheid als door de bevolking vaak ten voordele van lichtvervuiling wordt aangehaald, is de veiligheid. Het bestrijden van lichtvervuiling mag uiteraard die veiligheid niet in gevaar brengen. Heel wat onderzoeken hebben echter aangetoond dat het meestal om een subjectief gevoel van veiligheid gaat. Het beste bewijs dat overdreven verlichting het aantal ongevallen op de weg niet vermindert, is een Europese studie die per land het aantal doden per 10.000 voertuigen per jaar publiceerde. Denemarken, met nauwelijks verlichting, won de prijs van veiligste land met slechts 59 doden. Frankrijk, waar enkel de steden en sommige afritten op de autostrade zijn verlicht, telt 83 slachtoffers. België, met zijn feestverlichting, spande de kroon met 203 doden. Professor Luc Beaucourt, bekend als specialist van de afdeling spoedopnamen van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen, publiceerde een tijdje geleden de resultaten van een onderzoek waaruit bleek dat er veel minder ongevallen gebeurden in onverlichte gebieden. Het blijkt dat verlichting het gaspedaal nog iets dieper doet indrukken en op ‘automatische piloot’ zet. Duisternis doet de bestuurder langzamer en voorzichtiger rijden en zorgt ervoor dat de bestuurder zich beter concentreert.
* Verlichting en criminaliteit: verlichting kan de criminaliteit verminderen. Maar niet als er veel verlichting wordt geplaatst zonder sociale controle. Dieven vinden gemakkelijker wat ze moeten hebben en hoe ze een slot moeten forceren. Andere daders kunnen zich in de schaduw opstellen en hun slachtoffers opwachten. Op plaatsen waar niet voldoende sociale controle is, zal verlichting eerder de onveiligheid verhogen dan verlagen. Een dader-inbreker heeft in het donker immers een zaklamp nodig waardoor hij sneller opvalt.
In Amerika werden ook enkele donkere campusacties gehouden waarbij de verlichting op de campussen de hele nacht gedoofd bleef. Het resultaat was dat het vandalisme enorm daalde. Tot dan was men van het tegendeel overtuigd. Psychologen wezen er echter op dat de vandalen pas van hun werk kunnen ‘genieten’ als ze zien wat ze vernielen.
De stad Antwerpen besloot in 1994 voortaan de straatverlichting heel de nacht te laten branden in plaats van ze tijdens de stille uren te doven. Het resultaat was niet wat verwacht werd, de zogenaamde kleine criminaliteit (overvallen, aanrandingen, inbraak) nam zelfs toe in de volgende jaren.
Al deze feiten tonen aan dat overvloedig licht enkel het gevoel van veiligheid versterkt, maar dat de veiligheid zelf er niet beter op wordt. Meer licht neemt niet altijd de onveiligheid weg maar vaak enkel de vrees. Het creëert een vals gevoel van veiligheid. Het verhoogt soms wel het waarnemingsvermogen, maar men vergeet vaak dat het ook het waarnemingsvermogen van de dader verhoogt.
Nacht van de Duisternis
Dit artikel komt uit een actiehandeiding voor de "Nacht van de Duisternis". Dat is een initiatief van de Bond Beter Leefmilieu (BBL), de Vereniging voor Sterrenkunde (VVS) en de vzw Preventie Lichthinder. Deze partners hebben hun samenwerking gebundeld onder de noemer "Platform Lichthinder".
De stad neemt elk jaar deel aan de "Nacht van de Duisternis" i.sm. sterrenkundevereniging Murzim/Sirius en natuurvereniging Natuurpunt.
Voor meer info: meer over de Nacht van de Duisternis
| |
| Minder tuinafval in acht stappen | Met een aantal eenvoudige trucs kan je het tuinafval sterk beperken of zelfs helemaal wegwerken. Probeer ze uit! Je vrije tijd en je geldbeugel zullen er wel bij varen!
Stap 1: minder bemesten kan geen kwaad
In een siertuin is het niet van belang dat je planten zo snel mogelijk groeien. Integendeel: te snelle groei put planten vaak uit en maakt ze vatbaarder voor ziekten. Hoe sneller je planten groeien, hoe meer werk je er aan hebt en hoe meer afval. Een slim alternatief voor meststoffen zijn bodemverbeteraars: zij brengen humus aan en maken de bodem gezonder, zonder te veel voedingsstoffen.
Stap 2: je wint bij minder gazon
Niets brengt meer afval en werk teweeg in de tuin dan een gazon. Je wint er als tuinliefhebber bij door gedeelten van je gazon om te vormen tot (struiken)border of bloemenperk. Van belang is dat je planten kiest die de bodem goed bedekken. Het onkruid krijgt geen kans en je hoeft niet om de haverklap te wieden.
Stap 3: vlug te snel
Snelgroeiende planten bieden het voordeel dat je tuin snel "gevuld" is. De keerzijde van de medaille is dat je deze planten in de jaren daarna permanent met veel snoeiwerk in bedwang zal moeten houden. Zoek dus naar een goed evenwicht tussen traag- en snelgroeiende soorten. Informeer je ook goed voor je graszaad aankoopt: traag groeiende grassen geven minder werk é® minder afval.
Stap 4: kies voor composteren
In een wat grotere tuin (> 2 aren) kies je het best voor een compostbak, in kleinere tuinen voor een vat. Een vat zet je het best op een zonnige plek, een bak in de schaduw. Zorg voor een goede mengeling van groen (groente- en fruitresten, gewiede planten) en bruin materiaal (haagscheersel, fijn snoeihout) en belucht regelmatig. Na een zestal maanden bekom je prima compost. Wil het composteren niet lukken, dan kan je steeds contact opnemen met een compostmeester. Bel naar 053 73 24 11 of mail naar compost@aalst.be en vraag welke compostmeester in je buurt woont.
Stap 5: mogelijkheden van mulching
Mulchen is een techniek waarbij je de bodem beschermt door er een laagje materiaal op te leggen. Dat kan zowel schors, houtsnippers, compost of grasmaaisel zijn. Belangrijk voordeel is dat je hiermee vermijdt dat er teveel onkruid groeit. Daarnaast bescherm je ook de bodem tegen hagel of regenbuien of uitdroging. Met een dun laagje compost en grasmaaisel stimuleer je ook het bodemleven.
Stap 6: creatief met hout
Een deel van je snoeihout kan na versnipperen (met schaar of hakselaar) op de composthoop. Houtsnippers kan je ook gebruiken als mulchingmateriaal. Stevige takken kunnen gebruikt worden in de moestuin of het "kamp" van de kinderen. Met wat overblijft kan je een houtwal maken: je legt alle takken, stengels, snippers, ... tussen twee stroken omheining en je stapelt maar. Al snel zullen vogels, nuttige insecten of egels er een ideale schuilplaats in vinden.
Stap 7: kot-kot-kot
Kippen zijn de alles-opruimers in je tuin. Ze zijn vooral dol op wormen, slakken en ander ongedierte, maar ook voor groen- of keukenresten trekken ze hun neus (of bek) niet op. Zorg zeker voor een droge en tochtvrije slaapplaats. Geef niet meer groen- en keukenresten dan de kippen in é©® dag kunnen oppeuzelen.
Stap 8: moet er nog gras zijn?
Hou kortgeschoren gazon voor de plaatsen waar je zit en wandelt in de tuin. Je kunt het afwisselen met plekken waar je het gras langer laat groeien (bv. onder bomen, naast hagen, achterin de tuin, in de boomgaard). In de stroken met langer gras, kan je bloembollen of ook in het wild voorkomende bloemen aanplanten.
Lees ook
| |
| Oorverdovend | Jongeren worden steeds vroeger en steeds meer blootgesteld aan teveel decibels. Onder andere mp3-spelers en pompende geluidsinstallaties zijn grote boosdoeners die blijvende gehoorschade kunnen veroorzaken. De gevolgen worden al te vaak onderschat.
Geluid dat hinderlijke of schadelijke gevolgen kan hebben voor de mens en zijn milieu wordt gedefinieerd als lawaai. Het moment waarop iemand geluid als lawaai ervaart hangt af van de situatie en verschilt van persoon tot persoon, maar een teveel aan decibels schaadt het gehoor hoe dan ook. Mp3 en andere muziekspelers, luide muziek tijdens het uitgaan of in de auto, het zijn enkele voorbeelden die aantonen dat vooral jongeren vaak met een overdosis aan decibels te maken krijgen. Om gehoorschade te vermijden, moeten zowel de intensiteit als de duur van het lawaai worden beperkt.
Hoe verloopt gehoorschade?
Wanneer het oor voortdurend aan sterk lawaai wordt blootgesteld, zal het ‘vermoeid’ raken. Dit tast de gehoorscherpte aan. In dit geval zal het gehoor zich, afhankelijk van de graad van gehoorverlies, na een zekere tijd herstellen. De hersteltijd die je oor nodig heeft duurt vier keer zo lang als de totale tijd dat je aan het lawaai werd blootgesteld. Ongemerkt ontwikkelt zich een blijvende verzwakking van het gehoororgaan, de ‘gehoordip’. Omdat dit geluid boven de spraakfrequenties ligt zal je er echter niets van merken. Bij blijvende blootstelling zal deze dip langzaam breder worden en uiteindelijk de spraakfrequenties bereiken. Zo treedt stilaan doofheid op.
Invloed op gezondheid
De precieze werking van lawaai op het menselijk organisme is nog niet bekend. Wetenschappers achten het wel mogelijk dat hoge geluidsniveaus aanleiding kunnen geven tot maagzweren, hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten, enz… Lawaai zou ook indirect een negatieve invloed hebben op de gezondheid omdat het gevoelens van hinder, boosheid, gespannenheid en angst veroorzaakt.
Gun je oren rust
Er zijn geluiden waaraan je niet kan ontsnappen. Je bent nu eenmaal verplicht om te leven in een omgeving waarin je voortdurend wordt blootgesteld aan geluid. Maar je kiest wel zelf of je de volumeknop van je stereoketen helemaal opendraait, of om op enkele meters van de luidsprekers te gaan staan tijdens een concert. Bovendien kan je in lawaaierige omgevingen gebruik maken van oordopjes. Oordopjes verminderen de kwaliteit van de muziek niet, maar wel het volume. Een gouden tip: gun je oren regelmatig rust en vermijd teveel decibels.
Sluit ramen en deuren, zet de radio en de televisie eens uit, sluit je af van het lawaai op straat en geniet van opperste luxe: stilte.
| |
| Stad biedt gratis advies aan rond duurzaam bouwen | De stad biedt aan haar inwoners gratis advies inzake duurzaam bouwen. Ze schakelt daarvoor de MilieuAdviesWinkel in, die eens per maand een ervaren architect naar het stadhuis stuurt om mensen persoonlijk te adviseren over hun (ver)bouwplannen.
Heb je plannen om je woning te verbouwen? Overweeg je om nieuwe ramen te plaatsen, om de zolder te isoleren of wil je houten vloeren in de slaapkamers? Ben je van plan om een nieuwe woning te bouwen of zoek je een manier om paal en perk te stellen aan de oplopende energie- en waterfacturen?
Centen sparen en de wereld bewaren
Door de juiste keuzes te maken vermijd je problemen achteraf en ben je zeker van een gezonde en duurzame woning. Duurzaam betekent degelijk en stevig, maar houdt ook méér in! Duurzaam bouwen maakt ook wereldwijd een gezonde en sociaal aanvaardbare leefomgeving mogelijk, voor de huidige en toekomstige generaties.
De architect van de MilieuAdviesWinkel kan je deskundig en praktisch advies geven over hoe je dit het best aanpakt. Daarbij houdt hij rekening met het wooncomfort, met gezondheidsaspecten en met milieuvriendelijkheid. Hij is gespecialiseerd in het geven van advies over energie- en waterbesparende maatregelen en over milieuvriendelijke materialen.
Kom niet onvoorbereid om advies
Of je kleine of grote plannen hebt, of je wel of geen eigen architect nodig hebt, of je plannen al dan niet professioneel op papier gezet zijn of niet, maakt niets uit. Van belang is dat je de adviestijd efficiënt kan gebruiken en dat je dus het best je vragen duidelijk op een lijstje zet en vooraf al eens bedenkt hoe je je plannen uit de doeken gaat doen. Als je over papieren plannen, schetsen of foto’s beschikt, breng ze dan zeker mee!
Praktisch
Alle inwoners van Aalst kunnen gebruik maken van dit aanbod. Voorlopig wordt per maand 3 uur advies aangeboden. Ieder kan maximaal 3 uur advies verkrijgen. Die tijd kan in één keer of in schijven van één of anderhalf uur worden opgenomen. Het advies wordt telkens gegeven op de derde dinsdag van de maand, van 17 tot 20 uur.
Ben je geïnteresseerd, dan maak je vooraf een afspraak via de Woonwinkel van de stad, tel. 053 73 24 27. Het spreekuur vindt steeds plaats in het stadhuis.
| |
| Wie slim is sorteert... ook bouw- en sloopafval | Een pleidooi voor selectief slopen
| Selectief slopen is niet alleen goed voor het milieu, het kan je ook financieel voordeel opleveren.
In Vlaanderen komt er jaarlijks ongeveer tien miljoen ton bouw- en sloopafval vrij. Dat is maar liefst drie keer meer dan de jaarlijkse hoeveelheid huishoudelijke afvalstoffen. Daarom is het belangrijk dat er zo weinig mogelijk verontreinigend bouw- en sloopafval naar een stortplaats wordt afgevoerd. Dat kan door de belangrijke fractie van het bouw- en sloopafval, de steenfractie, te breken. Deze gebroken steenfractie kan bijvoorbeeld gebruikt worden voor de productie van stabilisé of nieuw beton, op voorwaarde dat ze niet verontreinigd is.
Selectief slopen
Bij selectief slopen worden de verschillende afvalstromen die vrijkomen apart ingezameld en afgevoerd naar de afvalverwerkingsbedrijven. Bij sloopwerken moeten de gevaarlijke afvalstoffen nu al verplicht apart gehouden worden. Het gaat met name om asbesthoudende materialen, maar ook restanten en verpakkingen van verven, vernissen, lijmen, afvalolie, teer, … Verder kunnen ook de niet-gevaarlijke afvalstoffen zoals glas, hout en kunststoffen het best afzonderlijk ingezameld worden. Deze kunnen dan gerecycleerd en hergebruikt worden.
Financieel voordeel
De inspanningen om selectief te slopen leveren een financieel voordeel op, omdat dit afval niet eerst moet gesorteerd worden, alvorens te recycleren. Bij kleine verbouwingen, zoals het uitbreken van een badkamer, is selectief slopen niet nodig. Voor verbouwingen waarbij een bouwvergunning vereist is, biedt het selectieve slopen wel een duidelijke meerwaarde. Ook voor werken waarbij een aanzienlijke hoeveelheid steenpuin vrijkomt, zoals het heraanleggen van een oprit of terras, hou je steenfractie het best apart. Een container zuiver steenpuin is immers eenvoudiger te verwerken en kost een stuk minder dan het verwerken van een container gemengd afval.
Asbest
Hou asbestcementplaten of -leien zo intact mogelijk. Meng de platen bij de afvoer niet met ander puin zodat het niet terechtkomt in een puinbreker. Met cementgebonden asbest kan je ook terecht op onze containerparken. Particulieren kunnen er jaarlijks zelfs 200 kg gratis kwijt. Daarbuiten gelden de gebruikelijke tarieven van de containerparken. Voor grote hoeveelheden kan je ook een beroep doen op erkende privé-ophalers.
Bij sommige asbesthoudende afvalstoffen zijn de asbestvezels minder hecht gebonden dan bij asbestcement. De afbraak en de verwijdering ervan doe je dan het best niet zelf maar laat je over aan een gespecialiseerde onderneming.
Voor meer info: Meer info
Lees ook
A-loket artikels
| |
|
|
|