Reglement (gemeenteraad d.d. 16 december 2008 en 28 april 2009)
Artikel 1: Het gemeenteraadsbesluit van 27 november 2001 houdende vestiging van een belasting op het gebruik van de openbare weg voor doeleinden van commerciële reclame, verlengd bij besluiten van 30 november 2005 en 21 december 2007, wordt met ingang van 1 januari 2009 opgeheven.
Artikel 2: Voor de aanslagjaren 2009 tot en met 2013 een belasting te heffen op het gebruik van de openbare weg voor doeleinden van commerciële reclame.
Artikel 3: Definities
Tenzij anders uitdrukkelijk bepaald wordt onder de hierna vermelde begrippen en woorden het volgende begrepen:
- Administratie: dienst Algemene Administratie van de stad Aalst.
- Aanslagjaar: Het jaar waarvoor de belasting verschuldigd is. Het aanslagjaar begint op 1 januari en eindigt op de daaropvolgende 31 december. Evenwel kan de voor een aanslagjaar verschuldigde belasting op geldige wijze gevestigd worden tot 30 juni van het daarop volgende jaar.
- Voeren van reclame door personen: Elke vorm van visuele openbare aanprijzing ter bevordering van de afzet van goederen of diensten door personen, die zich richten tot het publiek op de openbare weg, o.a. het uitdelen en/of aanbrengen van flyers, folders, kaartjes, stalen van producten (zoals frisdranken, chips en/of andere snacks), e.d. aan voorbijgangers en/of voertuigen. Wordt eveneens als het voeren van reclame beschouwd, de personen die voorbijgangers aanspreken met het oog op het afsluiten van een overeenkomst voor het verkopen van een abonnement, lidmaatschap, e.d.
- Mobiele reclame met voertuigen: Elke vorm van reclame op een drager die wordt verplaatst op de openbare weg, ongeacht de wijze waarop de verplaatsing wordt gerealiseerd, dus onder meer met behulp van motoren of menselijke kracht.
- Vaste reclame met voertuigen: Elke vorm van reclame op een stilstaande drager op de openbare weg, o.a. aanhangwagens en voertuigen die langs de openbare weg geparkeerd worden met de bedoeling reclame te voeren.
- Zelfstandige: Elke natuurlijke persoon die in hoofd- of bijberoep een nijverheids-, ambachts-, landbouw-, tuinbouw-, en/of handelsonderneming exploiteert, een economische activiteit op zelfstandige basis verricht en/of een intellectueel, vrij of dienstverlenend beroep of een andere beroeps- of bedrijfsactiviteit zelfstandig uitoefent, inclusief elke zelfstandige helper;
- Vennootschap: Elke rechtspersoon die een nijverheids-, ambachts-, landbouw-, tuinbouw- en/of handelsonderneming exploiteert, een economische activiteit op zelfstandige basis verricht, een intellectueel, vrij of dienstverlenend beroep zelfstandig uitoefent en/of zich met verrichtingen van winstgevende aard of het beheer van roerende en/of onroerende goederen bezighoudt;
Artikel 4: Belastingplichtige
1° het voeren van reclame door personen:
De belastingplichtige is de natuurlijke of de rechtspersoon die opdracht geeft om reclame te voeren of voor wie reclame gevoerd wordt of, indien deze niet gekend is, de persoon die als verantwoordelijke uitgever op het drukwerk wordt vermeld.
2° het voeren van mobiele en/of vaste reclame door middel van voertuigen:
De belastingplichtige is de natuurlijke of de rechtspersoon die opdracht geeft om reclame te voeren of voor wie reclame gevoerd wordt of, indien deze niet gekend is, de titularis van de nummerplaats van het voertuig en/of aanhangwagen.
Indien bij mobiele of vaste reclame door middel van een voertuig reclame wordt gevoerd voor verschillende vennootschappen en/of zelfstandigen is de titularis van de nummerplaat van het voertuig en/of de aanhangwagen belastingplichtig.
Artikel 5: Tarief
1° voor het voeren van reclame langs en op de openbare weg: 15,- EUR per persoon per dag;
2° voor het voeren van reclame op de openbare weg door middel van voertuigen: 150,- EUR per voertuig per dag.
Bij het gebruik van een luidspreker wordt de belasting verdubbeld.
Artikel 6: Aangifteverplichting
Elke belastingplichtige moet uiterlijk de werkdag vóór de aanvang van het voeren van reclame een aangifte indienen bij de administratie.
Artikel 7: Ambtshalve aanslag
§1. Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 6 vastgestelde termijn of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte kan de belastingplichtige ambtshalve belast worden volgens de gegevens waarover de administratie beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
§2. Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
§3. De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
§4. Een ambtshalve ingekohierde belasting wordt vermeerderd met 50 % met een minimum van 50,- EUR, met dien verstande dat de belastingverhoging nooit meer dan 200 % van de basisbelasting mag bedragen.
§5. Het bedrag van de belastingverhoging wordt eveneens ingekohierd.
§6. Als een belasting ambtshalve is gevestigd, moet de belastingplichtige het bewijs leveren van de juistheid van de door hem ingeroepen elementen.
Artikel 8: Administratieve geldboete
Voor volgende overtredingen wordt een administratieve geldboete opgelegd:
- weigeren mee te werken aan een fiscale controle: 125,- EUR;
- weigeren om boeken of bescheiden voor te leggen: 125,- EUR;
De boete wordt gevestigd en ingevorderd volgens dezelfde regels als deze die gelden inzake de kohierbelastingen. Deze regeling geldt ook voor derden, niet-belastingplichtigen.
Als een overtreding met een belastingverhoging wordt gestraft kan geen extra administratieve boete opgelegd worden.
Artikel 9: Vrijstellingen
1° Voertuigen die reclame voeren binnen een afgesloten parcours op de openbare weg;
2° Reclame op voertuigen die enkel betrekking heeft op de beroepsactiviteit van de eigenaar van het voertuig;
3° Voeren van propaganda waarbij geen handels- of nijverheidsdoel en geen winstoogmerk wordt nagestreefd;
4° Openbare besturen of openbare diensten en onderwijsinstellingen;
5° Reclame door personen op pleinen ter gelegenheid van een evenement, toegelaten door het college van burgemeester en schepenen, die zich uitsluitend bevindt op de locatie van het evenement;
6° Instellingen die de oorlogsslachtoffers, de andersvaliden, de bejaarden, de beschermde minderjarigen of de behoeftigen bijstaan en die na advies van de Staat of de Gemeenschappen tot wiens bevoegdheid die bijstand behoort worden erkend door de bevoegde organen van de Staat of van de Gemeenschap waaronder die instellingen ressorteren en, voor de toepassing van de belastingwet, door de Minister van Financiën, zoals bedoeld in artikel 104, 3°, van het Wetboek van Inkomstenbelastingen.
7° Instellingen voor hulpverlening aan ontwikkelingslanden die als dusdanig erkend zijn door de Minister van Financiën en door de Minister tot wiens bevoegdheid de ontwikkelingssamenwerking behoort, zoals bedoeld in artikel 104, 4°, van het Wetboek van Inkomstenbelastingen.
Artikel 10: Wijze van invorderen
De belasting wordt ingevorderd bij wijze van kohieren welke worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 11: Bezwaren
De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen, Grote Markt 3, 9300 Aalst. Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend en worden gemotiveerd. De belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden moet zulks uitdrukkelijk vragen in het bezwaarschrift. De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde kalenderdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 12: Verwijzing Wetboek van de inkomstenbelastingen
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet, zijn de bepalingen van titel VII, (vestiging en invordering van de belastingen) hoofdstukken 1 (algemene bepalingen), 3 (onderzoek en controle), 4 (bewijsmiddelen van de administratie), 6 (aanslagtermijnen), 7 tot en met 9 (rechtsmiddelen, invordering van de belasting waaronder de nalatigheids- en moratoriumintrest; rechten en voorrechten van de schatkist, strafbepalingen) van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek (betreft o.m. de verjaring en de vervolgingen) van toepassing, voor zover zij met name niet de belastingen op de inkomsten betreffen.
Artikel 13: Bekendmaking
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig artikel 186 van het gemeentedecreet.
Artikel 14: Algemeen bestuurlijk toezicht
In het kader van artikel 253 van het gemeentedecreet een kopie van onderhavig besluit aan de provinciegouverneur aangetekend op te sturen.