Reglement (gemeenteraad d.d. 2 september 2008 en 16 december 2009)
Artikel 1: Het gemeenteraadsbesluit d.d. 21 december 2007 houdende aanpassing en verlenging van de retributie op het parkeren in een blauwe zone wordt met ingang van 3 september 2008 opgeheven.
Artikel 2: Er wordt met ingang van 3 september 2008 tot en met 31 december 2013 een retributie geheven op het parkeren van een motorvoertuig op de plaatsen met beperkte parkeertijd (blauwe zone), als bedoeld in art 27.1 van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.
Artikel 3: Behalve wanneer bijzondere voorwaarden zijn aangebracht op de signalisatie, is het gebruik van de parkeerschijf, in een zone met beperkte parkeertijd, voorgeschreven van 9 tot 18 uur op werkdagen en voor een maximum parkeerduur van twee uren. Het voertuig moet de parkeerplaats verlaten hebben uiterlijk bij het verstrijken van de vergunde parkeerduur (art 27.1.2 algemeen reglement op de politie van het wegverkeer).
Artikel 4: De retributie wordt vastgesteld als volgt:
1° voor de maximale parkeerduur die toegelaten is door de verkeersborden of, indien deze geen bijzondere voorwaarden vermelden, de maximale parkeerduur (2 uren) die bepaald wordt in art 27.1.2 van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer: GRATIS;
2° het tarief vast te stellen op 15,- EUR voor een bestuurder die voor een langere periode, in een zone met beperkte parkeertijd (blauwe zone), wenst te parkeren dan de maximale parkeerduur die toegelaten is door de verkeersborden of, indien deze geen bijzondere voorwaarden vermelden, de maximale parkeerduur (2 uren) die bepaald wordt in artikel 27.1.2 van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.
Artikel 5: §1. De door de gebruiker gewenste parkeerduur wordt vastgesteld door het zichtbaar aanbrengen van de parkeerschijf achter de voorruit of, als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig, overeenkomstig art 27.1.1 van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.
§2. De gebruiker van een motorvoertuig die de parkeerschijf niet zichtbaar aanbrengt achter de voorruit of, als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig, wordt steeds geacht te kiezen voor de betaling van het in art 4, 2° bedoelde forfaitaire tarief.
Artikel 6: §1 De retributie is verschuldigd zodra het voertuig langer geparkeerd is dan de tijd die toegelaten is door de verkeersborden of, indien deze geen bijzondere voorwaarden vermelden, de maximale parkeerduur (2 uren) die bepaald wordt door art 27.1.2 van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.
§2. De retributie wordt ten laste gelegd van de houder van de nummerplaat.
Artikel 7: De beperkingen van de parkeertijd gelden niet voor voertuigen die gebruikt worden in het kader van een autodeelproject (Cambio, Autopia vzw of andere erkende projecten), op voorwaarde dat deze geparkeerd staan op de voor deze wagens voorbehouden parkeerplaatsen, te herkennen door het verkeersbord E9a of E9b met onderbord ‘autodelen’.
Artikel 8: Vrijstellingen
1° de mindervaliden, houders van een speciale kaart, uitgereikt door een officiële instelling overeenkomstig het ministerieel besluit van 29 juli 1991, gewijzigd door het ministerieel besluit van 7 mei 1999 en door het ministerieel besluit van 26 september 2005, indien deze kaart zichtbaar achter de voorruit van het voertuig is aangebracht of als er geen voorruit is op het voorste gedeelte van het voertuig;
2° houders van een bewonerskaart waardoor het mogelijk wordt de parkeerfaciliteiten te benutten, bedoeld in de artikelen 27.1.4, 27.3.4 en 27 ter van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer op voorwaarde dat deze kaart zichtbaar achter de voorruit van het voertuig wordt aangebracht of als er geen voorruit is op het voorste gedeelte van het voertuig;
3° houders van een vergunning naar aanleiding van een tijdelijke privatisering bij bouw- en/of verbouwwerken, of naar aanleiding van het gebruik van het openbaar domein (onder andere containers, stoelen en tafels, …) op voorwaarde dat deze vergunning zichtbaar is aangebracht achter de voorruit van het voertuig of, als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig, of als het geen voertuig betreft op een goed zichtbare plaats;
4° dienstvoertuigen van de stad, het OCMW Aalst, de Lokale Politie en van de openbare nutsbedrijven. Als dienstvoertuig wordt beschouwd het voertuig waarop het logo/embleem van bovenvermelde dienst zichtbaar is aangebracht;
Artikel 9: De retributie wordt betaald binnen de tien dagen, hetzij in speciën bij de concessiehouder, hetzij door storting of overschrijving op het aangeduide rekeningnummer overeenkomstig de richtlijnen vermeld op het parkeerticket dat door de parkeerwachter op het voertuig wordt aangebracht.
Artikel 10: Artikel 94 van het gemeentedecreet voorziet in de mogelijkheid om een dwangbevel uit te vaardigen, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen. Een dergelijk dwangbevel wordt betekent bij gerechtsdeurwaardersexploot. Dat exploot stuit de verjaring. Een bevel kan door het college van burgemeester en schepenen alleen worden geviseerd en uitvoerbaar verklaard als de schuld opeisbaar, vaststaand en zeker is. De schuldenaar moet bovendien vooraf aangemaand zijn met een aangetekende brief. Schulden van een publieke rechtspersoon kunnen nooit via een dwangbevel worden ingevorderd. Verzet kan tegen dat exploot worden ingediend binnen één maand na de betekening ervan bij verzoekschrift of door een dagvaarding ten gronde.
Bij betwisting kan het stadsbestuur zich tot de burgerlijke rechtbank wenden om de retributie te vorderen.
Artikel 11: Bekendmaking
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig artikel 186 van het gemeentedecreet.
Artikel 12: Bestuurlijk toezicht
In het kader van artikel 248 en 253 van het gemeentedecreet een kopie van onderhavig besluit aan de provinciegouverneur aangetekend op te sturen.