De klassieke methode van ruimtelijke ordening met gewestplan en BPA (bijzonder plan van aanleg) heeft haar nadelen. Voor elk lapje grond is de bestemming vastgelegd ‘voor eeuwig en altijd’. Wat de bedoeling ervan is een perceel zo in te kleuren, of wat er moet gebeuren als de maatschappelijke behoeften veranderen, vind je niet terug in deze plannen.
Een structuurplan geeft de overheid vooral argumenten om beslissingen te nemen: het is een beschrijving van de goede ruimtelijke ordening. De bestemming van percelen veranderen kan pas met uitvoeringsplannen.
Het structuurplan werkt op verschillende niveaus. Hoe situeert Aalst zich tussen de andere stedelijke gebieden? Hoe ziet de omgeving van het Aalsterse eruit, wat is er aanwezig, wat is waardevol? Hoe wordt de ruimte in Aalst nu gebruikt, welke voorzieningen en economische activiteiten vinden er plaats, hoe zijn deze met mekaar verbonden?