't Gasthuys  Dirk Martens  Daens  Valerius De Saedeleer  L.P. Boon

't Gasthuys - Stedelijk Museum Aalst

Oude Vismarkt 13 9300 Aalst - tel. 053 73 23 45

Collectie Louis Paul Boon

Louis Paul Boon 
Aalst 15 maart 1912 - Erembodegem 10 mei 1979

Boon is geboren op 15 maart 1912 als zoon van Josephus Theodorus Boon en Estella Constantina Verbestel, beiden oorspronkelijk afkomstig uit Aalst. Boons vader voorziet in zijn levensonderhoud als rijtuigschilder, maar schakelt over op het schilderen van auto’s wanneer die het rijtuig verdringen. Boons grootvader is de schoenlapper Sooi Boon, die zijn kleinzoon tal van volksverhalen vertelt. Op die manier maakt Louis kennis met de verhalen over Jan De Lichte, een figuur die hem nooit meer los zal laten en die de hoofdpersoon wordt van zijn romans ‘De bende van Jan De Lichte’ (1953) en ‘De zoon van Jan De Lichte’ (1961).

Als kind is Louis niet bepaald een lichamelijk sterk jongetje. Hij is nogal eens ziek en dat betekent dat hij vaak thuis is en veel leest. Al lezend doet hij indrukken op die voor een belangrijk deel zijn geest hebben gevormd, maar het is vooral zijn directe omgeving die daar een rol in gespeeld heeft. Voor ‘De Kapellekensbaan’ (1953) en ‘Zomer te Ter-Muren’ (1956) hebben een hele reeks figuren uit Aalst model gestaan die Boon in zijn jeugdjaren heeft gekend. Een van de belangrijkste personages in deze roman is Ondine, die getrouwd is met beeldhouwer Oscar. Welnu, deze Ondine was oorspronkelijk een vrouw die in Boons buurt gewoond heeft en die Boon versmolt met zijn jeugdliefde, zijn nichtje Elske.

   Portret van L.P. Boon door Maurice Roggeman        Ondinneke - Beeld van kunstenaar Frans De Vree


Als Boon zijn lagere schoolopleiding heeft voltooid, bezoekt hij de Vrije Technische School in Aalst. Het is de bedoeling dat hij er het vak van autoschilder zal leren om in de toekomst zijn vader te helpen. Na enige tijd wordt hij echter van deze school verwijderd omdat hij boeken leent uit het liberale Willemsfonds. Nu lagen Boons ambities bepaald niet bij het autoschilderen, ook zal hij later voor zijn broodwinning nog veel gevelschilderwerk te verrichten hebben. Boon wil liever kunstschilder worden en in 1926 krijgt hij toestemming om zich in te schrijven bij de Academie voor Beeldende Kunsten in Aalst. Hier zal hij Maurice Roggeman leren kennen met wie hij later bij De Roode Vaan heeft samengewerkt en met wie hij het stripverhaal ‘Proleetje en fantast’ verzorgde. Met Roggeman, Bert Van Hoorick, Robert Van Kerckhoven, Karel Colson en andere ontstaat een kleine groep van sterk sociaal bewogen jongeren die hun trefpunt vinden in een clubhuis dat De Vlam wordt genoemd. Uit deze groep ontstaat een vrij hechte Aalsterse jeugdafdeling van de Communistisch Partij, de ‘Komsomol’. Het moeten vooral deze vriendschappen zijn geweest die Boon naar De Vlam trokken, want een echte communist is hij nooit geweest. Daarvoor was Boon een te sterke individualist en had hij teveel een tegenzin tegen elke vorm van systeemdenken. Omdat de inkomsten van het gezin Boon niet groot zijn en het intussen wel met nog een zoon en dochter is uitgebreid, gaat Louis zijn vader assisteren bij het autoschilderen in Brussel. In 1929 echter vinden ze beiden een nieuwe betrekking als onderhoudswerknemers bij de grote brouwerij Zeeberg in Aalst. Hier vindt Boon stof voor zijn roman ‘Menuet’ (1955).

Noodgedwongen moet Boon zijn ambities nu uitleven in zijn vrije tijd, wat hem niet belet om veel te schilderen en te schrijven. In 1933 wordt Boon opgeroepen voor militaire dienst. In die periode zal hij zijn vrouw leren kennen, Jeannette Charlotte De Wolf, een zusje van een jeugdvriendje, met wie hij in 1936 trouwt. Uit dit huwelijk wordt hun enige zoon Jo geboren en ook over Jo heeft Boon het in ‘De Kapellekensbaan’. In 1939 wordt Louis opnieuw onder de wapens geroepen en wordt hij gelegerd aan het Albertkanaal. Al in mei 1940 wordt hij krijgsgevangen gemaakt en naar Duitsland getransporteerd, maar kan spoedig naar Aalst terugkeren.
In de bezettingsjaren heeft Boon van alles ondernomen om voor zijn gezin de kost te verdienen. Intussen schreef en schilderde hij verder. Het is uiteindelijk zijn vrouw die de papieren van het typoscript van de roman ‘De Voorstad groeit’ (1942) onder zijn handen weghaalt en opstuurt aan de jury van de Leo J Krynprijs. In die jury zat toen de schrijver Willem Elsschot die tijdens de lezing van Boons tekst zo enthousiast was dat hij onmiddellijk aan de andere juryleden meedeelde dat er voor hem slechts één winnaar was: Boon. Boon kreeg de prijs en vanaf dat moment stond zijn besluit vast: hij zou voortaan van zijn pen leven. Dit wil niet zeggen dat de financiële nood voor het gezin voorbij was. Voor Boons schrijverschap breken nu wel de meest productieve jaren aan.

Na de tweede wereldoorlog krijgt hij dankzij vrienden een aanstelling als medewerker van het communistische blad De Roode Vaan. Aan dit blad zal hij allerlei culturele bijdragen leveren, zoals besprekingen van grote moderne kunstenaars. Wanneer echter door de achteruitgang van het ledenbestand van de partij bij De Roode Vaan gesaneerd moet worden, vliegt Boon als eerste de deur uit. Opnieuw met hulp van vrienden krijgt hij een aanstelling bij het uit het verzet voortgekomen weekblad Front, waar hij redactiesecretaris wordt.

Kapel Termuren op de Kapellekensbaan         Standbeeld door kunstenaar De Bruyn

Boon is zijn leven lang in staat geweest om zijn journalistieke werk te combineren met zijn scheppend werk. Bij Boon lopen die activiteiten ook vaak door elkaar, want veel van zijn journalistieke bijdragen zijn in zijn scheppend werk terug te vinden. Dat heeft trouwens veel te maken met Boons opvattingen over het schrijverschap. Vrijwel van het begin af aan heeft Boon zich gekeerd tegen schrijvers die erop uit zijn om alleen maar een mooi verhaal te vertellen. In een van zijn recensies schrijft hij at het toch al te gekunsteld is om een roman te schrijven en intussen van alles te beleven zonder daar bij het schrijven rekening mee te houden. In De Roode Vaan roept hij mensen op om hun belevenissen aan het papier toe te vertrouwen en later in het tijdschrift Tijd en Mens vraagt hij zijn lezers hem documenten uit het dagelijks leven toe te zenden. Roman en dagelijks leven zijn bij Boon dan ook direct met elkaar verbonden. Boons leven en zijn onmiddellijke omgeving zijn als stukjes van een legpuzzel verwerkt in de romans die hij schrijft.

Later zal hij zich meer en meer toeleggen op het schrijven van grote documentaires. Vanaf ‘Pieter Daens’, Boons visie op de Daensistische beweging in Aalst, verschijnen boeken als ‘De Zwarte Hand’, ‘Het jaar 1901’ en ‘Het Geuzenboek’. Het lijkt erop dat Boon er van het begin af aan op uit geweest is om een sociale geschiedenis van Aalst en omgeving te schrijven, want van middeleeuwen ‘Wapenbroeders’ tot heden ‘Zomer te Ter-Muren’ komen alle eeuwen in zijn werk aan bod.
Vlak voor hij stierf verzamelde Boon nog materiaal voor een roman die ‘De Kasteelheertjes’ zou gaan heten en die opnieuw een belangrijke Aalsterse familie als onderwerp zou krijgen. Hij heeft deze roman niet meer kunnen voltooien, want aan zijn werktafel werd hij door een hartaanval getroffen.


Boon was een echte Aalstenaar. Niet alleen was hij er geboren en getogen, hij kende de stad en haar geschiedenis door en door. Aalst was om zo te zeggen zijn belangrijkste inspiratiebron en zijn werk is dan ook doortrokken met alles wat Aalst hem te bieden had uit heden en verleden.
Voor tal van werken dook Boon in het stadsarchief van Aalst om er zich grondig te documenteren. Maar Boon putte allerminst alleen uit stoffige archieven om er de sociale geschiedenis van Vlaanderen mee te reconstrueren, ook allerlei figuren uit het levende Aalst verschaften hem stof voor de personages waarmee hij zijn romans bevolkte. Maar hoewel Boons werk voor het overgrote deel in Aalst en omgeving speelt, is hij erin geslaagd boven het plaatsgebonden regionale uit heffen. Zijn werken werden vertaald in het Frans, Duits, Engels en Russisch.

Bron: ‘Boon, 10 jaar later’ , Aalst, 1989 

    

        

 naar top van pagina dit artikel afdrukken

 laatst gewijzigd op vrijdag 10 april 2009